Nadezjda schaakt

Nadezjda schaakt

Vandaag was het laatste dag van het Corus-schaaktoernooi in Wijk aan Zee. Jaren achtereen heb ik er meegedaan tussen het voetvolk, bij de vierkampers, in de overvolle zaal aan de voet van het podium waar de grootmeesters, de èchte godenzonen, elkaar professioneel bekampten. Dat was toen het toernooi nog Hoogoventoernooi heette.

Vandaar dat ik nog steeds de verrichtingen in Wijk aan Zee met interesse volg. Vandaag de dag kan dat ook op internet, eenvoudigweg via www.Corus.nl. Fantastisch wat er mogelijk is: foto's, filmpjes van persconferenties na afloop, biografische gegevens, wedstrijdschema's, genoteerde partijen, die je op de voet kunt volgen, alsof je erbij bent. Ooit nam ik de trein naar Beverwijk, wandelde dan naar Wijk aan Zee, bleef er twee nachten in een hotel, waar je het dreunen van de staalfabriek hoorde alsof je zelf als doorloopschroot lag te wachten om in het laaiende vuur te worden geworpen. Om van de piepende wielen van de alsmaar af en aan rijdende wagons over de rails niet te spreken.

De nachten waren kort trouwens, want wanneer men was uitgespeeld aan het einde van de avond, om twaalf uur, dan begon het bierdrinken bij de vluggertjes en de praatjes van ouwejongenskrentebrood. Dat eenmaal per jaar meemaken was ervaring als het drinken van champagne.

Nu participeer ik in een virtuele wereld. Ik volg vooral Topalov, met wie ik meeleef, omdat hij vroeger een vrolijke en vindingrijke snuiter was, alvorens de beste schaker van de wereld te worden, met de hoogste Elo-rating en per vluggertje afgetroefde wereldkampioen. Thans heeft hij een snorretje, een baardje en een overernstige, zorgelijke uitstraling. Wel een goed inkomen, denk ik; maar of dat alles is?...

En ik loop virtueel langs de andere borden. Bij de aanstormende grootmeesters, die allemaal kleinkinderen van me kunnen zijn, valt mijn oog op een jonge Rus met een pracht van een naam: Nepomniachtchi. Het is minder erg dan het lijkt, want die chtch is gewoon maar één letter. Die vertegenwoordigt een sisklank met een teetje in het midden: sjtsj. Ik herken het werkwoord 'pomnitj' in die naam. Betekent: 'zich herinneren'. 'Ne' is een ontkenning. Zou hij heten: hij die niet vergeet? Of juist: de onvergetelijke? Mijn woordenboek helpt me niet. Een slavist die dit leest wil ik uitnodigen me op de hoogte te brengen. Op de School Militaire Inlichtingendienst, waar ik terecht kwam in 1950 en enig Russisch leerde, heb ik het elementairste geleerd, maar aan de fijne kneepjes ben ik niet toegekomen.

Ik kon constateren dat hij heerlijk aanvallend en fantasierijk schaakt, die Nepomniachtchi. Hij ging tot vandaag aan de kop van zijn subgrootmeestergroep. Hij hoefde, om als nummer één te eindigen, alleen nog maar te winnen van zijn laatste opponent: Nadezjda Kosintseva. Een Russin, ook zij. Uit Archangelsk, een plaats met een aartsengelnaam. Toen ik dat las, dacht ik: kouder kan een mens niet wonen, dermate noordelijk ligt die plaats. Dat betekent niet dat zij er grimmig uit zou zien, Nadezjda. Zie boven.

En ze kàn schaken. Nepomniachtchi had een indrukwekkende aanvalsstelling op de koningsvleugel. Ik was benieuwd hoe hij daar een slachtpartij ging aanrichten. Maar de dekselse Nadezjda brak door op de damevleugel. Haar voornaam betekent 'hoop'. Zij sloeg bij haar tegenstander alle hoop de grond in, offerde wat en dreigde onweerhoudbaar mat. Hij gaf op.

Schoonheid achter het bord en schoonheid op het bord zelf. We zullen nog van haar horen, denk ik. En ook van hem, Nepomniachtchi, daar kan hij zich mee troosten.