Totalitarisme begrijpen

Totalitarisme begrijpen

Nausicaa Marbe heeft in een van haar columns in de Volkskrant gewezen op wat er niet klopt in de film 'Das Leben der Anderen'. Hij heeft succes, die film. Maar er mankeert, stelt Nausicaa, iets heel essentieels aan. Er ontbreekt het schimmige, het huichelachtige, dat in een totalitaire samenleving de mensen verstikt.

Haar conclusie: het accent had moeten liggen op het slechte in de mens. Niet op het goede. Laten we niet denken dat er altijd wel goede mensen zullen zijn. Niet dromen. Niet sussen. Niet bedekken met de mantel der liefde.

Ik geloof dat ik begrijp wat ze bedoelt. De film biedt het beeld van een trouwe dienaar van een weerzinwekkend totalitair regime; hij komt tot inzicht en bekeert zich. In de context rond deze nobele figuur wordt de realiteit van het leven in de voormalige DDR geweld aangedaan. Marbe wijst op onwaarschijnlijkheden. In de film tapt iemand hardop politieke moppen in een Stasi-kantine. Zoiets durft niemand, in een totalitaire context. Een minister geeft in een volle zaal luidkeels opdracht tot vervolging. Daar klopt geen moer van - dat gaat aan de essentie van de totalitaire gluiperigheid voorbij.

Vraag: maar hoe moeten we dan het succes van die film begrijpen? Mijn hypothese is: hij laat een droom zien van wat wij willen dat er gebeuren kan.

Pierre Ter Sarkissian heeft tegenover mij uitgesproken dat volgens hem het totalitarisme zijn kans altijd krijgen zal, omdat op zijn minst twee procent van een bevolking bereid zal zijn om met het totalitaire gangsterdom te collaboreren. Collaborateurs zullen immer gevonden worden. Daniel Jonah Goldhagen heeft in zijn boek gesproken over 'Hitler's willing executioners'.

Ongure meelopers, willing executioners, ze waren er, ze zijn er. Zie het schilderij van Matthias Grünewald (1480-1528). Het toont de meelopers bij de kruisgang van Jezus. Ook Jeroen Bosch heeft die misbaksels, op zijn manier, geschilderd.

Ik vraag me af of de droom over gewonnen inzicht anders dan versimpeld verteld kan worden. De keurig gekapte Häftlinge in de tv-film 'Holocaust', het feit dat ze Amerikaans-Engels spraken, ik herinner me hoe het me tegen stond. Beetje bij beetje heb ik begrepen dat die beelden desondanks aan onwetenden een begin van historische kennis hebben bezorgd. Elie Wiesel heeft een waar woord gesproken, zeggende 'Ein Film über Sobibor ist entweder kein Film, oder es ist nicht Sobibor'.

Kort gezegd: fictie kan niet zonder non-fictie. Maar het omgekeerde is ook waar: een kunstwerk over non-fictie kan niet zonder fictie. Zo is het nu eenmaal met de mensen gesteld. Hun inzicht kan alleen met piepkleine pasjes bereikt worden. De waarheid komt met kruimeltjes, die vaak drijven in zoete papperigheid. Jammer, maar het schijnt niet anders te kunnen.

Wat niet wegneemt dat Nausicaa Marbe fundamenteel gelijk heeft: er blijft werk aan de winkel. De ware werkelijkheid van het totalitarisme is zelfs met een publieksfilm als 'Das Leben der Anderen' nog lang niet compleet gepresenteerd.