Klaartje en de maan

Klaartje en de maan

Het is nacht. Klaartje staat bij het raam van haar kamer.

Door het raam ziet ze de maan. De maan kijkt haar aan, zo lijkt het. Ineens geeft de maan Klaartje een knipoog.

Klaartje krabt op haar hoofd. Heeft ze het ècht gezien? Gaf de maan een knipoog?

Klaartje gaat in haar bed liggen, want ze heeft slaap. Naast haar ligt Muis. Dat is haar liefste pop. Voor ze in slaap valt, vraagt Klaartje aan Muis of de maan een knipoog kan geven. Muis gaat rechtop zitten en zegt: 'Jazeker Klaar. Maantje geeft soms een knipoog. Hij doet het alleen aan meizen die hij aardig vindt.'

Het is erg eigenaardig dat muis altijd 'meizen' zegt en nooit 'meisjes'. Dat komt omdat hij Muis heet. Hij wil niet dat ze Muisje tegen hem zeggen. Dan kan hij helemaal woest worden, als iemand Muisje tegen hem zegt.

Hij vertelt het nog eens keer aan Klaartje, omdat hij denkt dat Klaartje misschien wel eens Muisje tegen hem zeggen zal.
Bah, daar moet hij toch even niet aan denken.

Maar Klaartje is al in slaap gevallen. Als Muis eenmaal op zijn praatstoel gaat zitten, dan komt hij daar niet meer van af. Ik bedoel: als hij begint te praten, dan weet hij van geen ophouden. Klaartje houdt het meeste van Muis wanneer hij slaapt.

Wanneer hij door het raam zien kan dat Klaartje in slaap is gevallen, gaat maan even weg. Hij moet een plas. Vlug vlug, want hij wil weer op zijn plaats staan als Klaartje wakker wordt.

Als ze wakker wordt, ziet Klaartje eerst dat Muis naast haar in slaap is gevallen. Heerlijk. Dan kletst hij haar tenminste niet de oren van het hoofd. Slapende muizen zijn de liefste muizen. Dat vindt Klaartje tenminste.

Hé, het lijkt wel of de maan haar weer een knipoog geeft. Nu met zijn andere oog. Dat is heel moeilijk om nu eens links te knipogen en dan rechts.

Klaartje schuift het raam open en roept: 'Hé maantje, heb je geknipoogd?' De maan trekt een stalen gezicht. Hij houdt er niet van dat ze hem maantje noemen. Maar hij knikt wel even. Of lijkt het maar zo?