Een gebreide kiwi in het park

 Een gebreide kiwi in het park

Op donderdagochtend gaat mevrouw Geneugt altijd naar het park. Ze neemt dan een papieren zakje mee. Daarin zitten de boterhammen die ze niet heeft opgegeten en die ze ook niet wil opeten. Die boterhammen zijn te oud. Hier en daar zit er zelfs een beetje schimmel op. Vies hoor. Maar de vogeltjes vinden het niet erg. Die zijn niet vies uitgevallen. De vogeltjes eten rustig al het brood op dat mevrouw Geneugt heeft meegebracht. Al is het oud, al is het beschimmeld.

Mevrouw Geneugt gaat altijd op hetzelfde bankje zitten, onder de oude treurwilg. De vogeltjes weten dat en vaak zijn ze bij de bank al present nog voordat mevrouw Geneugt in zicht is. Ze wippelen en trippelen pittig rond haar schoenen, wanneer ze is gaan zitten. Mevrouw Geneugt leunt dan achterover, knoop haar jas los, zet haar baret af en zucht omstandig.
'Hè hè', zegt ze dan. En herhaalt: 'Hè hè'.

Ze maakt de papieren zak open. Thuis heeft ze de oude boterhammen al in kleine stukjes gesneden op de broodplank. Ze graait in de zak en strooit een handvol kruimels vlak voor zich op de grond. De musjes komen kwiek dichterbij, pikken een kruimel op, fladderen weg om het verworven voedsel op een rustige plek op te eten.

Rustige plekken bestaan niet bij gevoederde vogels. Er zijn altijd kapers op de kust. Gelukkig maar dat de mussen zo vlug en behendig zijn. Ze moeten erg uitkijken voor de spreeuwen. Die zijn groter en sterker en ze pikken soms venijnig naar anderen. Mussen zorgen dat ze bij die brutale krengen uit de buurt blijven.

Met de duiven is er geen probleem. Die hinderen niemand. Ze hebben al moeite genoeg om iets naar binnen te krijgen. Ze hebben het veel te druk met hun voedsel. Al sinds de tijd van Noach en de ark zijn ze niet meer in staat om netjes te eten. Ze hebben toen te lang over het water moeten vliegen en zijn vergeten hoe het moet. Nu pikken ze veel te hard en te zenuwachtig in de kruimels, zodat het eten steeds wegspat. Domme eters, maar ze doen geen vlieg kwaad en kunnen prachtig koeren.

Mevrouw Geneugt blijft altijd heel attent op zielige vogeltjes. Als ze eentje ziet die niet aan de bak komt, een klein musje bijvoorbeeld, dan gooit ze met opzet kruimeltjes bij die zielepoot in de buurt. En als er anderen komen, probeert ze die weg te jagen met haar voet. De eerste die dan wegvliegt is het zielige musje.

Een voordeel is dat de mussen niet echt bang zijn. Ze komen desnoods twee seconden op de hand van mevrouw Geneugt zitten om daar een kruimel uit weg te pikken. Mevrouw Geneugt geniet daar erg van. Ze is er ook trots op. Ze laat altijd zien hoeveel de vogeltjes van haar houden aan oude heertjes die naast haar op de bank komen zitten om te kijken hoe ze het doet.

Meneer Viagra heeft dat gezien en hij heeft een list bedacht. Hij heeft aan zijn dochter Victoria gevraagd om een vogelcostuum voor hem te breien. 'Wat voor vogel, pa?' vroeg ze. 'Een kiwi,' zei meneer Viagra zonder blikken of blozen. 'Dat is toch een vrucht', zei Victoria. 'Spreek me niet tegen', zei meneer Viagra. 'Daar houd ik niet van. Een kiwi is ook een vogel.'

In een boek heeft Victoria het opgezocht. De kiwi-vogel lijkt op de kiwi-vrucht, maar dan groter en met een lange snavel. De vrucht en de vogel komen allebei uit een heel ver land. Victoria breide en breide en op een dag was het costuum klaar. Haar vader kon het aantrekken; het paste precies.

'O wat een lieve kiwi', zei mevrouw Geneugt, toen ze de verklede meneer Viagra tussen de mussen, spreeuwen en duiven zag staan. Ze gooide gauw wat kruimels in zijn richting. De kiwi at niets op. Meneer Viagra lust immers alleen maar zuurstok en suikerspin.

'Ik lust alleen maar zuurstok en suikerspin', zei de kiwi.
Mevrouw Geneugt begreep toen wel wie er in die gebreide vogel zat, maar ze liet niets merken. Ze zei: 'O, dat wist ik niet. Maar volgende week neem ik zuurstok en suikerspin mee, hoor.'

Ze heeft dat gedaan. Ze had gelukkig ook een schaar meegenomen om het gebreide vogelcostuum een beetje open te knippen. Het werd nog een heel gewurm om zuurstok en suikerspin naar binnen te krijgen. Een cameraploeg van de televisie heeft het allemaal gefilmd, maar de film is nooit uitgezonden. Hij mislukte. De camera's hadden te erg bewogen door het lachen van de cameramannen.

Toen mevrouw Geneugt met meneer Viagra een kopje koffie dronk op het terras van de uitspanning, zei ze: 'Ik voer soms de vogeltjes in het park. Elke week op donderdagochtend.' 'Zo, dat wist ik niet', zei meneer Viagra schijnheilig. 'Vorige week was er een kiwi. Die lustte alleen zuurstok en suikerspin.' 'Net als ik', zei meneer Viagra, net of hij verbaasd was. 'Tja,' zei mevrouw Geneugt, 'Nou je het zegt. Wat toevallig hè?' 'Ja, heel toevallig,' zei meneer Viagra.

Ze slurpten van hun koffie. Ze hapten in hun appeltaart met slagroom. Toen zei mevrouw Geneugt: Weet je wat, kom volgende week eens kijken als ik de vogeltjes voer.' Meneer Viagra nam nog een laatste slokje koffie. Bedachtzaam lepelde hij achtergebleven suiker uit zijn kopje. Toen keek hij mevrouw Geneugt aan met onschuldige blauwe kijkers en sprak: 'Ach wat jammer nou. Op donderdagochtend kán ik nooit.'
'O nee? Waarom niet?' vroeg mevrouw Geneugt met haar meest oprechte belangstelling. 'Dan heb ik blokfluitles.'
Daar had mevrouw Geneugt niet van terug.