Juffertjes in het groen

Juffertjes in het groen

Ik doe het niet, maar ik zou er wel uren naar kunnen kijken, naar de juffertjes in het groen die in een blauwgroen vaasje op mijn bureau staan, naast de computer en een houten dolfijntje dat mij als souvenir uit Lovina (Noord-Bali) heeft bereikt, meegebracht door Luhtu Sri Adnyani, welbekend aan lezers van Nynade.

Hoe zo'n juffertje precies in elkaar zit, ik ben niet bij machte om het te beschrijven. Dat komt ook, behalve door de beperkingen van mijn vermogens, door de verscheidenheid aan verschijningsvormen per bloem. Ik zie wel dat de juffertjes beginnen als een soort doosje. Dat opent zich en verandert in iets wonderbaarlijk moois dat zich tenauwernood weet te ontworstelen aan omringend groen. En wat voor groen. Bladeren kun je het niet noemen, stekels ook niet, maar eerder mini-semaforen waaraan mini-kaatsers de tussenstanden zouden kunnen ophangen, als iemand berijpt wat ik bedoel. Zulke leuke variaties in vertakkingen als niks anders op de wereld te bieden heeft. Zoals gezegd, je raakt er niet op uitgekeken.

De bloembladen zijn blauw. Ik kan onmogelijk zeggen hoeveel het er zijn. Het zijn kleintjes die zich tegen elkaar aanschurken en samen een slordige cirkel vormen. Boven deze verleidelijkheid uit richten zich de meeldraden op, ranke stengeltjes. Ze dragen allemaal met een felgele muts, die ze op een gegeven moment afwerpen. Dan gaat het lijken of de bloembladen een hippe rok hebben aangetrokken. Boven die veelheid aan mannelijks rijst dan iets intrigerends op; het zal die ene stamper wel wezen, waar het allemaal om gaat, het vrouwelijke waar de bijtjes naar toe gelokt moeten worden om zonder dat ze het weten hun rol bij de procreatie te vervullen.

Schoonheid. Schoonheid. Schoonheid. Schoonheid. Nooit krijg je er genoeg van.

En het mooie van het schone is dat het de functionaliteit zo slim weet te verstoppen. Schoonheid biedt zich aan als cadeau.