Du Bellay's verlangen naar huis

Du Bellay's verlangen naar huis

Joachim du Bellay (1522-1560) werkte enige tijd in Rome. Dat zou menigeen wel willen, wonen en leven in de Eeuwige Stad. Denk aan Antoine Bodar, aan Michel Zeeman. Niet aldus Du Bellay. In Rome verlangde hij intens naar huis, Joachim. In tegenstelling tot de nomadische migrant, was hij liever een honkvaste sedentair. We moeten wel blij zijn dat hij zich zo ongelukkig voelde; we danken aan zijn heimwee een van de mooiste sonnetten ooit geschreven.

Ik noteer eerst mijn prozaïsche vertaling, teneinde daarna het origineel in volle glorie te tonen. Om duidelijk te maken hoe eindeloos hoog de poëzie boven proza uittorent.

-------------------

Gelukkig is hij die net als Odysseus, of net als Jason (die het Gulden Vlies bemachtigde), een mooie reis heeft gemaakt en daarna weer is thuisgekomen, vol ervaring en inzicht, en die daarna voor de rest van zijn leven bleef samenwonen met zijn gezin.

Ach, wanneer zal het mij gegeven zijn om in mijn dorpje de rookpluimen van de schoorstenen weer te zien. Wanneer zal ik het lapje grond terugzien waarop mijn woninkje staat, dat voor mij een provincie is, nee nog veel meer?

Dat huis, door mijn vaderen gebouwd, bevalt me beter dan de gedurfde gevels van Romeinse paleizen. Liever fijne leisteen dan hard marmer. Liever mijn Gallische Loir dan de Palatino-berg. En liever dan de zeelucht: mijn lieflijke Anjou

------------------

Heureux qui, comme Ulysse, a fait un beau voyage,
Ou comme cestuy-là qui conquit la toison,
Et puis est retourné, plein d'usage et raison,
Vivre entre ses parents le reste de son âge.

Quand reverrai-je, hélas, de mon petit village
Fumer la cheminée, et en quelle saison
Reverrai-je le clos de ma pauvre maison,
Qui m'est une province et beaucoup davantage?

Plus me plaît le séjour qu'ont bâti mes aïeux
Que des palais romains le front audacieux,
Plus que le marbre dur me plaït l'ardoise fine:

Plus mon Loir gaulois que le Tibre latin,
Plus mon petit Liré que le mont Palatin,
Et plus que l'air marin la douceur angevine.

------------------

Is het niet onvergelijkelijk prachtig? Hoor de alexandrijnen. Hoe majestueus ze zijn en hoe ze toch het heimwee ons hart binnenbrengen. Bewonder de perfecte vormbeheersing, de afwisseling van de manlijke en vrouwelijke rijmen bijvoorbeeld. Laat de klanken in je wezen meezingen en dans statig mee op het ritme. Gedenk de arme Du Bellay, niet happy in die al te overweldigende verre stad. Voel, over de brug der eeuwen, nog met hem mee, hoe hij terugverlangt naar de plek waar hij geboren is.