Janis en Peirce

Janis en Peirce

Janis Joplin zong: 'God, give me a Mercedes Benz'. En gaf een lachje toe, dat haar gebed prima relativeerde.
Charles Sanders Peirce, die ik beschouw als de sterkste denker die op de aardbodem heeft rondgewandeld, schreef in 1906 een notitie onder de titel 'Antwoorden op vragen over mijn geloof in God'. Een van de vragen die hij aan zichzelf stelde luidt: 'Geloof je dat bidden helpt?'

Zijn antwoord: 'Wat kan het me schelen of bidden helpt ja of nee.'
Het gaat er om, stelt Peirce, dat we de behoefte hebben om te bidden ('an instinct to pray'). Dat dat zo is, kunnen we beschouwen als een uitnodiging van de kant van God om te bidden. De behoeften die we hebben zijn er bij ons ingebouwd, door God, wel te verstaan.

En, schrijft Peirce, het is een feit dat we opluchting ('soulagement') vinden in ons gebed, en bovendien spirituele winst en morele kracht. Wat dat betreft, dus, kun je zeggen dat bidden helpt.

Door te bidden laat de ziel weten dat hij een relatie heeft met God.

Peirce is net als Janis, trouwens. Hij begrijpt dat een grapje erbij hoort. Hij schrijft dat we ook wel eens bidden om iets specifieks, niet alleen om ons dagelijks brood, maar zelfs dat het lekkerder is dan gisteren. 'Better baked than yesterday's'. 'Kinderlijk, natuurlijk', schrijft hij. En voegt dan toe: 'yet innocent'. Nou ja, het kan geen kwaad. Waarom zouden we niet toegeeflijk zijn met onszelf en de medemens?