Interpretatie

Interpretatie

Orale literatuur heeft didactische impact. Voor deze hypothese vond ik een concreet argument in de studie van Jan Jansen over het Sundjata-epos.

Het was Jansen niet toegestaan om aanwezig te zijn tijdens de sacrale uitvoering van het epos in de heilige hut in Kela. Ter compensatie bleef hij zo veel mogelijk in de buurt van de griot, Lansine. In diens hut maakte hij het op een avond mee dat Lansine bijeen was met een stel jongelui. Eerst werd er wat muziek gemaakt. Toen nam Lansine plotseling het woord. Hij vertelde drie verhalen, die alledrie gingen over verschillende momenten uit de geschiedenis van Mali.

Het eerste verhaal van Lansine speelde zich af in de lang vervlogen dagen toen Sundjata het dorp Kela stichtte. Het tweede was erg instructief; het bracht de aanwezigen terug naar de koloniale periode, toen de Fransen in Mali de baas waren. In die dagen moesten de mensen van Kela elk jaar aan de koloniale heersers een belasting betalen, die bestond uit een bepaalde hoeveelheid rubber. De bevolking moest daartoe komen naar een plek aan de oever van de rivier, de Niger.

Iedereen moest daar zijn rubber overhandigen. Wie niet in staat was om de vereiste hoeveelheid in te leveren, moest zich uitkleden en werd dan tot bloedens toe gegeseld. Daarna werd hij in het zand aan de rivieroever rondgerold en ten slotte in het water gegooid. De officiële verteller, de griot, was in die dagen Kamissoko. Diens broer had niet genoeg rubber om in te leveren. Kamissoko zei tegen hem: ik ga jouw plaats innemen. Toen zijn beurt was gekomen, beval de Franse officier hem om zich uit te kleden. Kamissoko weigerde. Hij zei: 'Ik zal mij nooit uitkleden in aanwezigheid van iemand anders.' 'En toen', vertelde Lansine, 'was die officier zo onder de indruk van de houding van Kamissoko, dat hij het gehele dorp ontsloeg van de belastingplicht.'

Het derde verhaal van Lansine ging over een incident dat zich voordeed in de post-koloniale tijd. Iemand die oppositie voerde tegen de toenmalige president van Mali, die een dictator was, sprak zich in het openbaar tegen hem uit, werd in de gevangenis gegooid, maar droeg met zijn gedrag bij tot de latere val van de heerser. De man kwam vrij uit zijn gevangenschap.

Jansen vroeg zichzelf af; 'Waarom vertelt Lansine deze drie verhalen aan de aanwezige jongemannen, onder wie zich mogelijke opvolgers van hem bevinden?' Het waren verhalen die iedereen wel kende. Waarom bracht Lansine juist deze verhalen bijeen? Wat moesten die jongelui daarmee?

Na een tijdje begreep Jansen dat het bijeenbrengen van die drie verhalen een les inhield. Die les was: in welke tijd ook, een verteller moet geen vrees hebben om zich uit te spreken, wanneer hij denkt dat de waarheid gezegd moet worden. Hij moet niet bang zijn.

Toen ik nadacht over wat Jansen swchreef naar aanleiding van Lansines les aan zijn jonge luisteraars, kam ik ertoe om me voor te stellen wat er met die dappere griot, Kamissoko, had kunnen gebeuren. Hij kon niet weten, toen hij de plaats van zijn broer innam, dat de officier zich genereus zou opstellen. Het had ook slecht kunnen aflopen voor Kamikosso.

Dat bracht me in herinnering wat ik gelezen had over een wayang-voorstelling in Tegal, op Bali. Een dalang, I Ewer, vertelde er een verhaal dat hij had ontleend aan een oud Javaanse episch gedicht, Sutasoma.

Sutasoma is een mythologische prins. In het bos, met zijn dienaren Merdah en Tualen, stuit hij op een tijgerin die op het punt staat om haar eigen kroost op te eten. Waarom? Omdat ze honger heeft, naar ze zegt. Het tafereel wordt als volgt beschreven.

Sutasoma: Stop, stop tijgerin!
Wat doe je?

Merdah: Moeder tijgerin, doe dat niet, het is verkeerd.
Vergeet niet dat je ze ter wereld hebt gebracht..
Je doet twee dingen verkeerd tegelijk,
want je vergeet de twee dingen waartoe je verplicht
bent:
hun moeder zijn en hun geestelijk leraar.

Dan richt de andere bediende, Tualen, zich tot het publiek:

Moeder tijgerin heeft honger. Daardoor vergeet ze
dat dit haar kinderen zijn.
Ze vergeet de beperkingen waartoe ze verplicht is.

De bedienden van Suasoma houden het publiek een morele les voor: je kan honger hebben, maar dat mag je niet doen vergeten dat er dharma bestaat, de ethische eis tot plicht en deugd. Er zijn morele regels die boven alles gaan. Regels die impliceren dat je je soms moet inhouden, wat je begeerten en je macht betreft.

Dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. De nobele prins Sutasoma biedt zijn lichaam aan. De tijgerin mag hem opeten, in plaats van haar kleintjes.

In dit geval wordt het offer aangenomen. Kamissoko riskeerde dat wel, maar bleef ervan gevrijwaard dat het aangenomen werd. Het offer van Sutasoma was, evenals dat het aanbod van Kamissoko, geïnspireerd is door wijsheid en liefde.

De bewondering die we voelen, wanneer we lezen over de nobele daden van Kamissoko, de dappere griot, en van Sutasoma, de mythologische prins, kan ons tot de conclusie voeren dat deze narratieve elementen vragen om een morele interpretatie. Het zijn tekens van belang. Ze bevatten een morele les. Dat bedoelde ik toen ik stelde dat de orale literatuur een didactische impact heeft.

Vooral het offer van Sutasoma heeft het karakter van een metafoor. Metaforen zijn de meest gesofistikeerde iconische tekens. Goethe heeft gezegd, aan het einde van Faust Twee: 'Alles Vergängliche ist nur ein gleichnis.' Alle materiële realiteit in de wereld leidt tot vergelijkingen. Wat zeggen wil: tot mogelijke metaforische interpretatie. De metafoor is de opperste, verkorte, vergelijking. De metafoor brengt elementen uit de werkelijkheid samen door hun gelijkenis. Wanneer we elementen uit de werkelijkheid bijeen brengen, wanneer we coherenties ontdekken, komen we tot beter begrip. Van alles dat zich aan onze geesten en harten aanbiedt valt iets te leren.

Kamissoko leert ons dat we niet bang moeten zijn om ons uit te spreken, wanneer dat nodig is. Sutasoma leert ons om niet toe te geven aan een ideologie van egocentrie. Het is beter om altruïsme te beoefenen, liefde en generositeit.

In de emotioneel zo geladen atmosfeer van performance-kunst zijn er veel mogelijkheden om tot metaforische interpretaties te komen. Natuurlijk kunnen daarbij ook fouten worden gemaakt. Speciaal wanneer, zoals heden ten dage, culturen interfereren. Het onwetendheidsvoorbeeld van Maurice Béjart en zijn dansers laat dat zien. In hun geval was er niets ernstigs aan de hand. We weten allemaal dat er ernstiger gevallen zijn, wanneer wereldleiders ingrijpende beslissingen nemen op grond van onwetendheid omtrent de presupposities die leven in de geesten van mensen uit onbekende culturen.

Misschien zouden die machthebbers wat semiotiek moeten beoefenen. Of af en toe kennis nemen van wat orale literatuur te bieden heeft.