In de tuin

In de tuin

Tweede Pinksterdag. 12 mei 2008. Elf uur in de morgen. Opnieuw een stralende dag. Zo verwent mei ons dit jaar. Ik zet me neer in de tuin, sla de benen over elkaar. Zowaar komt er een vermoeide bij even uitrusten op mijn knie.

Bijgelovig als ik ben beschouw ik zoiets als een mooi teken: de medeschepselen die de natuur in zijn assortiment heeft tonen vertrouwen.

Vooral het lieveheersbeestje dat een tijdjelang een paarse tulp bewoonde gaf dat gevoel. Vooral zeg ik, want dat piepkleine dier heeft veel te bieden dat een religieus geladen inerpretatie mogelijk maakt. Zijn naam om te beginnen. Het lijkt een nuntius te zijn, die komt boodschappen van Gods genegenheid. De kleur is bijzonder. En ook de vorm, met die twee naïeve dekschilden, die geheven worden op het moment van voorgenomen wegvliegen. De zwarte stippen, waarvan gezegd wordt dat ze de leeftijd aangeven. En dan het formaat: wie zo onspichtig klein is moet wel deugen. De motoriek ook: de bedachtzame verplaatsingen, zonder enige vinnigheid. Allemaal rustgevende, vertrouwenwekkende kenmerken. Wie naar een lieveheersbeestje kijkt zal nooit of te nimmer de aanvechting kennen om die kleine plat te slaan, zoals dat wèl in je opkomt bij een mug. Of een vieze vlieg. Nou ja, ik praat maar voor mezelf.

De bij van mijn knie is inmiddels vertrokken. Om die hoef ik me geen zorgen meer te maken.

Verderop hangt in deze tuin een recente aanwinst aan een stevige tak. Een pot met een fuchsia. De bloem heeft iets eindeloos burgertruttigs, maar het is toch ook een wonder hoe dat allemaal in elkaar zit; echt intelligent design. Ik heb ooit opgevangen dat er fuchsia-clubs bestaan, waarvan de leden weten welke honderden verschillende fuchsiasoorten je kunt bezitten. Dàt weten, dat van die varianten en van die clubs, het stelt me op een bepaalde manier gerust ten aanzien van de toekomst van de wereld en zijn bewoners.