De iepen

De iepen

De Bloemgracht in de Jordaan heeft zijn sieraden. Gevels uit vroeger eeuwen. Romantische bruggetjes. Zwanen, ganzen, eenden, meeuwen, meerkoeten, drijvend in het water, naast de bootjes. En aan de wallekant vooral: de iepen.

Ach, de iepen. Bestuurders hebben besloten dat de iepen waarop ik uitkijk moeten verdwijnen. Er zullen wel geldige argumenten zijn - er moet een stuk wallekant worden verbeterd. Ik heb vandaag moeten beleven hoe het gebeurt. In een vloek en een zucht zijn ze omgezaagd. Met griezelige efficiëntie.

Een helmdrager op een eenmans-wiebel-hoogwerker hanteert een electrische zaag. Een gruwelijk rotgeluid. Een draagbare guillotine. De takken eraf; met hun bladerpracht worden ze tegen de straat gesmakt. Een grijper vat ze aan en stopt ze in een helse opzuigmachine die alles versnippert. De kale stam staat er bij als een groot bloot mensenkind dat, stakig, gelaten, op zijn executie wacht. Die komt terstond. De stam wordt omgezaagd en dan tot stukken op maat verkleind.

Ik zag het gebeuren en had het gevoel of ik deelnam aan een examen stervensbegeleiding.