Het leven van de anderen

Het leven van de anderen

Het zal in 1977 geweest zijn, dat ik in West-Berlijn in een taxi zat. We kwamen in gesprek, de chauffeur en ik. Begrijpelijk, hij was een 'kommunikationsfreudiger Mensch', net als ik. Dat aardige Duitse woord had ik toen pas tevoren geleerd - iemand had tegen me gezegd: 'Du bist ein kommunikationsfreudiger Mensch'. Het woord heb ik er in gehouden.

We reden niet ver van de muur, daar waar hij de Brandenburger Tor aan het oog onttrok. Je moest een trappetje bestijgen om hem te kunnen zien, de Tor, als een voorpost van Oost-Berlijn, in de Russische bezettingszone. Wie rechts was zei kortweg 'die Zone'.

Hij mocht graag dingen aan een buitenlander uitleggen, de chauffeur. Met een zwaai van zijn rechterarm vertelde hij mij: 'Die da drüben, die haben den Krieg wirklich verloren.' Hijzelf ook wel een beetje in de geïsoleerde plek die West-Berlijn op dat moment nog was, bedacht ik. Maar liet na dat tegen hem te zeggen. Ik gunde het hem dat hij zich troostte voor het verliezen van de oorlog door zijn zegeningen te tellen, zijn situatie vergelijkend met het lot van hen die aan de andere zijde woonden.

Je hoefde maar een uitstapje naar Oost-Berlijn te maken om te beseffen hoezeer de West-Berlijner gelijk had. Wat een treurige benauwenis da drüben. Ik had daar geen last van; wanneer ik een uitstapje maakte naar Oost-Berlijn, wist ik: straks weer terug. Dus giechelde ik, inwendig, over al het absurds op mijn pad. Over die valse spandoeken, over het belerende opschrift in het volksrestaurant: 'Hoe je eet, zo werk je ook.' Opgepast, keurig moet het zijn.

Voor hen die graag naar het westen zouden willen, zaten bij de muur de Vopo's in hun uitkijktorens, gewapend, klaar om de vluchters voor hun raap te schieten.

En nu is er dan een film die ons de grauwe en benauwende sfeer die mensen in de DDR hebben ervaren laat meebeleven. 'Das Leben der Anderen' is de naam en het is een grootse film. De maker heet Florian Henckel von Dannersmarck - aristocratischer kan een mens niet heten.

Er zit een soapkantje aan het verhaal, maar dat geeft niet. Soap versimpelt. Het maakt in zekere zin mogelijk dat je scherper zicht krijgt op de angst onder mensen in een dictatuur. Ze worden in hun existentie gechanteerd door een regime dat de macht heeft om ze te maken en te breken. Een regime dat steunt op immorele minkukels, die door hun slaafse collaboratie, ten dienste van eigen streefzucht, maatschappelijk komen boven drijven. Zulke individuen zijn in elk land altijd voorhanden. Het leven van de anderen is voor dezulken een ondergeschikt gegeven.

Wat de film sterk maakt is dat hij een belangrijke plaats geeft aan 'anderen'. Dat zijn degenen die oprecht socialistische idealisten waren en pas stap voor stap beseffen dat de staats-inlichtingendienst van een beveiligingsinstelling verwordt tot een immoreel onderdrukkingsinstrument.
Naast enige verachtelijke Strebers zijn er in de film veel sympathieke figuren, die hun gewetensproblemen hebben.

Want dat is de fundamentele thematiek: hoe omgaan met de gewetensproblematiek waartoe een mens, met zijn verlangens, zijn hoop, zijn elementaire behoeften, wordt gedwongen in een dictatoriale, almachtige staat.

Er waren in de DDR natuurlijk, net als overal, ook veel schlemielen die zich alleen maar gedeisd wilden houden, maar toch dachten zich af en toe een anti-autoritaire mop te kunnen permitteren. Er is een scène van zo'n schlemiel, die door een bons wordt betrapt wanneer hij denkt een mop over Honecker te kunnen vertellen. Aan het slot kwamen we deze bijfiguur nog heel even tegen; hij was gedegradeerd tot een van de werkers die brieven voor de censuur moeten openstomen. Hij vertelt dat de muur is gevallen. Ik vond het een vondst dat juist hij ons dit narratieve element mocht aandragen.

Over narrativiteit gesproken: heel sterk is de nuancering, aangebracht waar zwart-wit gemakkelijk voor de hand had kunnen liggen. Zeker, er is een DDR-minister, die duidelijk een schoft is van begin tot eind. Een flat character, zoals dat in de verteltheorie heet. Maar de hoofdpersoon is een Stasi-man van het lagere niveau; hij denkt met zijn afluisterwerk mee te werken aan de verwerkelijking van het socialisme. Stap voor stap krijgt hij een beter inzicht. We beleven mee, ook stap voor stap, hoe hij zijn ideologische starheid verzacht. Dat is het meest ontroerende aspect, en misschien ook wel het meest overtuigende, in deze film. Een aanrader, zeker voor wie in moderne geschiedenis geïnteresseerd is.