Helleborus-spikkeltjes

Helleborus-spikkeltjes

Beeldschoon, de helleborus. Ik heb er eventjes van kunnen genieten. Liefdevolle hand had er een paar in een klein vaasje op op mijn bureau neergezet. Twee dagen later verlept. Weer twee dagen later aan het verschrompelen. En kort daarna: te treurig om aan te zien. Schoonheid is kwetsbaar, ik wist het, maar dit verval was een al te onterende defloratie. Te snel en te fel. Dat komt nog bij de ontluisterende naam in het Nederlands: stinkend nieskruid.

Ik had het moetenen weten: de helleborus wil buiten wezen, waar het fris is. Niet binnen, in de warmte.

Ik had wel de tijd om te bewonderen. Om eens rustig naar elk bloemblaadje te kijken of de stippeltjes op elk bloemblad in gelijkvormig gelid stonden opgesteld. Niets daarvan. Op geen enkel blad was de structuur hetzelfde.

Zo kreeg ik van deze beauties een dubbele les. Ten eerste dat zorvuldig omgaan met bloemen aandacht vereist voor hun bestaans-condities, zoals we dat ook van mensen weten. Ten tweede dat individuele verschillen overal te vinden zijn, ook daar waar je op het eerste gezicht gelijkvormigheid meent te zien.

Ik voel afkeer voor mensenmassa's, bijvoorbeeld zoals die tijdens tv-quizzen en andere weerzinwekkende spektakels op estrades bijeengepakt zitten teneinde op een seintje van een lakei buiten beeld hun veplichte applaus ten gehore te brengen. Een klapkudde.

Het lijkt of ze hun individualiteit hebben opgegeven, die handjeklappers. Net spikkeltjes op een blad, denk ik, als ik de ritmiek hoor van het geluid dat hun slaafse handen gehoorzaam produceert.

Nu ik eens even naar de helleborus heb gekeken, alvorens haar ondergang mee te maken, moet ik tot nuancering overgaan en mezelf tot mildheid manen: individualiteit kan niet stuk. Geen twee bloemblaadjes zijn hetzelfde. Het zal zeker ook voor mensen gelden. Troostrijke gedachte. Uitdaging tot aandacht.