Heidegger op de snijtafel

Heidegger op de snijtafel

Wat is het heerlijk om af en toe iets te lezen waarvan je denkt: dat is mij uit het hart gegrepen. Ik heb dat wanneer ik lees in het boek van E.M.Janssen Perio, getiteld 'Hoe helder is Heidegger? Een in- en uitleiding bij Sein und Zeit', uitgegeven bij Eburon, Delft.

Ik heb nogal eens diepe weerzin gevoeld wanneer ik in een geleerde tekst las hoe op eerbiedig bewonderende wijze werd gerefereerd aan Heidegger en diens werk 'Sein und Zeit'. Een titel die op zichzelf in drie woorden al laat zien hoe kronkelig de wegen waren in het brein van deze foute filosoof. De categoriële combinatie van die twee woorden 'Sein' en 'Zeit' doet me denken aan restauranthouder die op zijn menukaart een tosti/kaviaar-augurk zou aanbieden.

Onhelder, onbegrijpelijk, onleesbaar, dat zijn de drie kruizen die Heidegger van mij in zijn familiewapen had mogen plaatsen. Dat er denkers zijn die daarvoor in adorerende katzwijm raken is mij een groot raadsel en bevestigt mijn ervaring dat in de beste kringen zwakke karakters voorkomen, die zich graag laten imponeren door ronkend verbalisme.

Natuurlijk heb ik nauwelijks iets van Heidegger gelezen, maar ook ik ben niet ontkomen aan verwijzingen en citaten, waarvan we allemaal die over het 'Nichts' dat 'nichtet' wel kennen. Drollig, was?

Welnu, Janssen Perio heeft een goed werk aan mij gedaan door er ampel de tijd voor te nemen om Heidegger eens op de snijtafel te leggen. Nu kan ik er tenminste om lachen. Bevrijding!

Ik zou graag veel citeren uit Janssen Perio's boek, maar beperk met tot één van zijn voorbeelden van 'terminologische dikdoenerij', zoals hij het - terecht - uitdrukt. 'Das Dasein stürzt aus ihm selbst in es selbst, in die Bodenlosigkeit und Nichtigkeit der uneigentlichen Alltäglichkeit.'

Vooruit, nog eentje:'Das Verfallen bestimmt nicht nur existenzial das in-der-Welt-sein. Der Wirbel offenbart zugleich den Wurf- und Bewegheitscharakter der Geworfenheit.' En of dat niet genoeg is over die geworpenheid (waar Sartre zich ook nog aan bedronken heeft), komt nog deze wijsheid: 'Die Geworfenheit, darin sich die Faktizität phänomenal sehen lässt, gehört zum Dasein, dem es in seinem Sein um dieses selbst geht. Dasein existiert faktisch.'

Er bestaat een 'Handbuch' dat statistische gegevens over 'Sein und Zeit' te bieden heeft. Het doet ons weten dat het woord 'Sorge' er 244x in voorkomt. Janssen Perio signaleert het en hij voegt tussen haakjes toe: 'en 'Sorgestruktur' nog eens 13x.' Dan komt de opmerking: 'maar 'Sorglosigkeit slechts 3x, 'men' mocht eens denken er op 'zorgeloze' manier van af te komen!' Getallen-semiotiek, zou ik zeggen, ofwel: een barst in Heideggers tekst. De barst die, zoals we weten, de waarheid verraadt.

Janssen Perio slaat een spijker op de kop wanneer hij Heidegger vergelijkt met Nietzsche: 'Men behoeft maar één bladzijde van Nietzsche op te slaan, om getroffen te worden door de elementaire kracht van zijn proza; en een bladzijde van Heidegger, om omgekeerd evenredig te worden gefrappeerd door de dazigheid van diens betoogtrant.'

Het meest van alles hebben de woorden me getroffen die Janssen Perio gebruikt wanneer hij Heideggers geloofsvaagheid vergelijkt met Pascals religieuze bezieling, waaraan 'nooit iemand heeft kunnen twijfelen'.
'Joie, joie, joie, pleurs de joie' schreef Pascal, en nog meer, toen hij een mystieke ervaring had beleefd. Vreugde, vreugde, vreugde, tranen van vreugde. Janssen Perio: 'Alleen al deze uitingen van een mystieke verrukking zijn volstrekt vreemd aan alle moeizame Heideggeriaanse geploeter'.

De afbeelding hierboven toont Heidegger als rector-magnificus, toen hij was toegetreden tot Hitlers nazi-partij. Zie het insigne op zijn borst.
Van wie heeft hij een look-alike willen zijn?