Grossman 2: een onmenselijk landschap.

Grossman 2:  een onmenselijk landschap.

'Er hing een lage mist.' Dat is de eerste zin van Grossmans boek, 'Leven en lot'. Een zin als een metafoor. Het boek speelt zich in 1942 af. Een jaar van onmenselijkheid, opgelegd, uitgevoerd en ondergaan.

Met de tweede zin begint een beschrijving van een landschap.

'De hoogspanningsleidingen langs de weg weerkaatsten het licht van de koplampen.'

(Ik houd me aan de indrukwekkende Nederlandse vertaling van Froukje Slofstra. Het is wel aardig om op te merken dat die weg in het Russisch met het woord 'chaussée' wordt aangeduid, en dat de koplamp in het Russisch een 'phare' heet - mooie taal, Russissch, dat zich voedt met andere mooie talen, zoals het Frans, en af en toe ook met Nederlands - en Duits.)

'De adem van het kamp was tot kilometers in de omtrek voelbaar. Alle electriciteitsdraden, wegen en spoorwegen voerden in een steeds dichter wordend net naar hetzelfde punt. Het was een ruimte vol rechte lijnen, een ruimte van rechthoeken en parallellogrammen die de aarde, de herfstige hemel en mist doorkliefden. In de verte klonk het langgerekte geloei van sirenes.'

Een mens-gemaakt landschap.

'De weg liep vlak langs de spoorlijn, en een tijdje lang gingen de colonnen van wagens beladen met papieren zakken cement en de eindeloos lange goederentrein vrijwel gelijk op. De chauffeurs in hun militaire overjassen keken niet opzij naar de wagons of naar de bleke vlekken van menselijke gezichten daarbinnen. De omheining van het kamp doemde op uit de mist: rijen prikkeldraad, tussen palen van gewapend beton gespannen. De barakken strekten zich uit langs brede , rechte straten. In hun eentonigheid kwam de onmenselijkheid van het enorme kamp tot uitdrukking.'

Is dit journalistiek? Welnee. Dit is literatuur, zoals die zijn hoogste roeping vervult: een empathisch engagement tot uitdrukking te brengen.

Ik zal apart ingaan op de mensen die zich, nog buiten het kamp, in deze onmenselijkheid nuttig maken.