Grossman 3: willing executioners

Grossman 3: willing executioners

In Grossmans eerste hoofdstuk worden niet alleen de menselijke maaksels beschreven die een landschap onmenselijk maken. Ook komen er even de 'willing excutioners' (Goldhagen dixit) voor die het materiaal aanvoeren.

Hij noemt de vrachtwagens met de papieren zakken met cement. 'De chauffeurs in hun militaire overjassen keken niet opzij naar de wagons of naar de bleke vlekken van menselijke gezichten daarbinnen.'

Niet alleen materiaal voor de bouw van het kamp werd per vrachtwagen aangevoerd uiteraard. Er was ook vervoer per trein. Van mensen. Die mensen worden in het eerste hoofdstuk nog niet duidelijk gefocaliseerd, alleen zijdelings. Gefocaliseerd worden wel de machinist en de stoker op de trein.

'De machinist gaf een wenk aan zijn helper en de locomotief liet een waarschuwend fluitsignaal horen. Een elekrisch verlicht wachthuisje schoot langs, een rij auto's bij een neergelaten gestreepte slagboom en het rode stierenoog vaneen stopsein. In de verte klonk het gefluit van een tegemoetkomende trein.

'Dat is Zucker, ik herken hem aan zijn brutale fluit. Die heeft zijn lading gelost en rijdt met een lege bak naar München', zei de machinist tegen zijn helper.
De lege trein en de goederentrein op weg naar het kamp denderden langs elkaar heen. Met het geraas werd de lucht aan stukken gescheurd, grijze lichtstrepen flitsten voorbij tussen de wagons en plotseling sloten de flarden ruimte en herfstig ochtendlicht zich weer aaneen tot een zich gelijkmatig afrollend doek.'

Grossman laat bij zijn lezer beschreven beeld en geluid samenwerken om het beoogde effect van angstaanjagend onbehagen te bewerkstelligen. Maar ja, het zijn mensen hè, daar op die lange trein in dienst van de onmenselijkheid.

'De hulpmachinist haalde een zakspiegeltje tevoorschijn en keek naar zijn vuile wang. De machinist gebaarde dat hij het ook even wilde.
'Echt, Genosse Apfel', zei de hulpmachinist met aandrang, 'We hadden voor het eten terug kunnen zijn, in plaats van totaal uitgeput om vier uur 's ochtends, als de wagons niet steeds gedesinfecteerd hoefden te worden. Alsof dat niet net zo goed bij ons in het depot kan gebeuren.'
De oude man had genoeg van het gezeur over de desinfectie. 'Geef eens een lang fluitsein,' zei hij, 'dan hoeven we niet op het zijspoor, maar kunnen we meteen doorrijden naar het terrein om te lossen'.'

Einde van het eerste hoofdstuk. Nog even en de lading kan worden gelost. Daarna moet er dan nog gedesinfecteerd worden. Zielig voor de collega's van Genosse Apfel. (Duitsers hebben bij Grossman nogal eens eetbare namen: Apfel, Zucker, Käse.)
Waarom dat desinfecteren? Tja, op die vraag moeten Grossmans lezers het antwoord zoeken in hun kennis van de geschiedenis. Jaar 1942. Oost-Europa.