Mevrouw Geneugt vliegt

Mevrouw Geneugt vliegt

Mevrouw Geneugt deed haar middagdut. Ze droomde dat ze door de Kalverstraat liep, waar ze naar nieuwe schoenen wilde kijken in de etalages. Maar jeminee, wat een mensen. Veel te veel mensen. Je kon gewoonweg niet bij de etalages komen. Er stonden altijd mensen voor.

Mevrouw Geneugt probeerde nog om op beschaafde wijze een jong dametje opzij te duwen. Ze dacht dat dat wel mocht, als je het rustig en voorzichtig deed. Mis. Het jonge dametje nam juist een lik van haar ijsje en door dat zachte duwen van mevrouw Geneugt kwam de bovenste bol op het hoorntje tegen haar neus in plaats van tegen haar uitgestoken tong. Het zal je gebeuren. De tong verlangt naar straciatella en ziet het naar de neus gaan. Het dametje draaide zich een kwartslag om en gaf mevrouw Geneugt een por. Nu kan mevrouw Geneugt wel een stootje hebben, vooral in haar droom, maar toch. Ze schrok en trok zich beduusd terug.

Daar stond ze, mevrouw Geneugt. Eenzaam temidden van de schuifelende massa. Ze was diep teleurgesteld. Van dat lekkere etalagekijken kwam niets terecht, dat voelde ze wel. Ze wilde ijlings naar de Dam, weg van de geoefende consumenten. Ze wilde ruimte om zich heen. Maar de menigte belemmerde haar voortgang.

Wat te doen?

Mevrouw Geneugt aarzelde niet langer. Ze sprong moeiteloos tweeëneenhalve meter recht omhoog, nam toen een horizontale positie in en zweefde boven de hoofden in de richting van de Dam. Ze ontdekte dat vliegen niet moeilijk is. Je moet gewoon het neerdalen uitstellen, blijven uitstellen. Met adequate bewegingen van de handen (vingers aaneen en licht gekromd) kon je een zachte voorwaartse beweging verkrijgen.

Een ongekend genot doorvoer lichaam en ziel van mevrouw Geneugd. Zij had geen haast om de Dam te bereiken. Ze keek naar de kruinen van het volk onder haar. Ze wentelde zich om, dreef voort op haar rug en voelde de weldadige warmte van de zon op haar gezicht.

'Ik vlieg', dacht ze. 'Ik kan het. D'r is niks aan.' En ze dacht ook nog: 'Wat een ontdekking. Ik moet het aan iedereen vertellen...' Maar toen bedacht ze dat er dan ook boven gewoel zou ontstaan en ze besloot: 'Nee, ik houd het lekker geheim. Ik vertel het niemand.'

Omdat ze wel eens wilde weten of ze al dicht bij de Dam was, ging ze weer op haar buik zweven en richtte haar hoofd op. Daar kreeg ze pijn van in haar nek. Ze werd wakker.

De gelukzaligheid bleef, maar de droom verliet haar zonder precieze herinnering. Het leek mevrouw Geneugt alsof ze de droom zag wegvliegen, zoals de engel deed nadat hij Tobias naar huis had teruggeleid.

Slaapdronken liep ze in haar nachtpon naar het balkon.
Ze hoorde het gedruis van de mensen beneden op straat. Ze kon natuurlijk niet weten dat meneer Viagra daartussen was.

Alles uit haar droom was mevrouw Geneugt vergeten. Slechts één ding wist ze nog: 'Ik kan vliegen.'