Zuinigheid

Zuinigheid

Joris Verplaatsen bezat twee onderbroekjes. Dat vond hij genoeg. Eén aan. En één in de was. Zo wisselde hij dat af. Hij was er tevreden mee.

Tot de dag dat hij leerde van een tekst in zijn dagblad: dit was slecht voor de economie. Het is slecht voor de economie, wanneer mensen niet voldoende kopen, las hij.De vriend van Joris, Adri Botervloot, had hem op dat krantenartikel gewezen. En had er fijntjes bij opgemerkt dat zuinigheid als asociaal moest worden beschouwd.

‘Ik ben niet zuinig’, zei Joris. ‘Trouwens, weet je dat het Franse woord ‘economie’ betekent ‘zuinigheid’?

Daar keek Adri toch van op. Dat zag Joris. Hij kon de verleiding niet weerstaan om belerend verder te gaan. Hij zei: ‘Economisch met je krachten omgaan. Wat is dat? Dat is zuinig omgaanmet je krachten. Geen overbodige energie spenderen.’ Hij keek Adri aan met een gezicht van daar heb je niet van terug.

Dacht hij dat? Nou dan vergiste hij zich lelijk. Denk maar niet dat Adri geen weerwoord had. ‘Of het goed of slecht gaat met de economie, wordt afgemeten naar het koopgedrag van de mensen. Als ze de knip dicht houden, is dat slecht voor de economie.’

Joris voelde de aanvechting om geen antwoord te geven. Dat hij het deed met
twee onderbroeken had veel voordelen. Het scheelde bergruimte. Er slingerde niks rond. Kopzorg minder dus en dus meer ruimte voor belevenissen van waarde. Minder bezit, minder om je heen, maakte je leven eenvoudiger en voller aan betekenis. Poëtischer.

Maar Adri was zijn vriend. Dat vereiste dat wat hij zei serieus moest worden genomen. Joris zei: ‘Ik doe toch niemand kwaad als ik het bij mijn twee onderbroeken houd.’ Hij zag dat Adri daar eens even over moest nadenken.

Toen dat gebeurd was, kwam Adri met een beslissend argument.

‘Als iedereen er zo over denkt als jij, is dat heel slecht voor de werkgelegenheid. Al die bedrijven die onderbroeken fabriceren moeten mensen op straat zetten. Heb je dan je zin?’