Duco van Weerlee, provo-poëet

Duco van Weerlee, provo-poëet

Ik herlas poëzie van Duco van Weerlee. Van zo'n vijftig jaar geleden, schat ik. Toen je hem provo kon noemen. Met dat woord worden de jongelieden aangeduid die ooit voorlopers waren van lieden die in 1968, in Parijs, een inspirerende cultuur-injectie gaven aan een samenleving die verstard geraakt was door geïnstitutionaliseerde gewichtigdoenerigheid.

Van die jongens, de provo's en die van '68, zijn sommigen in de politiek gegaan. Roel van Duin, Dany Cohn-Bendit. Duco van Weerlee is bij poëzie en levenskunst gebleven. Gelijk heeft ie.

Hier zijn drie tweeregelige gedichten van Van Weerlee.

OP MIJN VADER

Op zijn bril, bij God
Opgedroogd snot.

OP MIJN MOEDER

Een hippend musje in het slijk
Drie meter boven haar lijk.

OP MIJN VRIEND

Ook jij bent de ideale jongen niet
Maar je hebt er wel naast gelegen.

Dat vind ik nou een voorbeeld van poëzie zoals die wezen moet. Ik bedoel niet dat iedereen precies zó dichten moet. Ik bedoel dit: de tekst verwijst, richting de maker, naar een onverwisselbare individualiteit. Je moet een provo zijn om dit zó te schrijven. En dan een provo van de goede soort - geen politiek ambitie, geen missie als drugsgoeroe. Individueel, oorspronkelijk.

En richting intentie? Absoluut geen cynisme, maar afzien van valse sentimentaliteit. Wat maakt sentimentaliteit verdacht? Dat de sentimentele attitude de waarheid toedekt.

Deze teksten vervullen de taak van poëzie. Dat is: om in een pittige, persoonlijke, dwingende vorm de waarheid te zeggen, zonder flauwekul.

Als toegift nog twee wat langere gedichten.

ZIEKBED

Haar vel is geel als kip maar mist de stippen
Haar ogen, redelijk ontglaasd, trachten mijn lippen
Te punten tot begrip. De dronken drenkeling
Krijgt kennis aan haar zoon, lalt: Lieveling!

Tot er iets bewolkt en zij begint te gapen
Zij leeft genoeg om wakende weer in te slapen.

VERPLEGING

De steek doorploegt het laken
Mijn vader spant zijn kaken

Ik schuif het ding vol piëteit
(Aanschouw Uw Ma's Intimiteit)

En als zij weer is toegedekt
(Luister liefste waar het lekt)

Word ik geboren in het zweet
En zij gaat dood zoals men weet.

Van Weerlee heeft de gedichten in eigen beheer uitgegeven, na ervaringen met afwijzende bovenbazen die weten dat keuzeheren hun macht binnen het knetteren van de letteren alleen voelbaar maken door Neerbuigend Nee.

Denk niet, Duco, dat zulk ras is uitgestorven.