Dodog Soeseno, De Merapi voorbij

Dodog Soeseno, De Merapi voorbij

De Indonesische symbool­bijdrage voor de expressievorm is belangrijk bij de in IJsselstein exposerende schilder Dodog Soeseno, volbloed Indonesiër. Nog deze zomer, juli/augustus 2001, waren schilderijen van hem te zien in Jakarta, Indonesië, onder de thematische verzameltitel 'Taman Tertutup ­ Gesloten tuin'.
Het waren fantasmatisch­romantische voorstellingen waarin herkenbare concrete, dus figuratief benoembare elementen als mannen­ en vrouwenlichamen, kooien, bloemen, bekers, naast abstracte mathematische vormen, zoals driehoeken, hun semiotische, betekenisgevende, rol te vervullen hadden; de kijker werd meegevoerd naar een innerlijk landschap waarin het mannelijk erotisch verlangen gestalte krijgt.

Sindsdien heeft Dodog Soeseno de thematiek in zijn werk verlegd, waarbij hij bepaalde motieven heeft gehandhaafd maar andere heeft vervangen voor nieuwe. Driehoeken zijn er nog steeds, maar nu niet afwisselend met de punt naar boven (mannelijk) en met de punt naar beneden (vrouwelijk), maar overwegend met de punt naar boven en de basiszijde beneden. Aan de bovenste punt verschijnt een kleursliert, als een rookpluim, en die associatie klopt ook wel, want de verwijzing is nog steeds, als voorheen maar explicieter, naar de nog altijd in werking zijnde vulkaan Merapi, die zich bevindt op Java, bij de sultanstad Yogyakarta. Dodog Soeseno heeft daar zijn wortels, en familie, die hem dierbaar is en van wie het lot hem ter harte gaat, ook al werkt hij al jarenlang in Nederland, waar zich ook zijn eigen familieleven afspeelt, naast zijn Nederlandse vrouw Margreet, met hun kinderen.

Die dubbele culturele verankering staat ongetwijfeld aan de basis van een constant kenmerk in het werk van Dodog Soeseno: op vrijwel alle schilderijen zien we dat de achtergrond in vlakken is verdeeld, twee territoria als het ware, alsof de wereld uit twee gescheiden 'tuinen' is opgebouwd, alsof de afgebeelde figuur zich bevindt in een grenssituatie. Die hoofdpersoon is in deze fase van Dodogs creatieve activiteit niet langer een besnorde man, maar een meisje dat een spaarpot met zich meedraagt. Droomt zij van een verplaatsing van de ene wereld naar de andere? Van traditie naar moderniteit? Van de wereld van de kindertijd naar die van volwassenheid? Die laatstgenoemde betekenis schuilt ongetwijfeld op dominante wijze in de schilderijen waarop het meisje met haar spaarpot staat afgebeeld. In het kader van de tentoonstelling 'Taman tertutup/Gesloten tuin' was al een schilderij te zien waarop het meisje zich afwendt van een varkentje en een speelpop, die allebei op een gekleurde wolk staan. Het meisje vertoont al de vormen van een tot volwassenheid gerakende vrouw en haar blik is gericht op een groen domein waarin vaag erotische elementen (bijvoorbeeld een zinnelijke vrouwenmond) zichtbaar zijn, maar vooral een naderende mannelijke engelfiguur, met de omhooggekrulde snor die als het ware het handelsmerk van Dodog Soeseno's fantasmatische voorstellingen is. Afscheid van poppenland, perspectief van de overgang naar een andere weeld.

Schilderij:'Be S.B.Q.'
Be S. B.Q.

Ook bij Dodog Soeseno is het zo, net als bij Joyce Bloem, dat het imaginaire is gefundeerd op het reële, zoals dat zich in dromen voordoet. Ook bij hem is het figuratieve dienstbaar aan de abstractie. Maar er is ook verschil. In Joyce's keramische sculpturen haakt de symboliek aan bij archetypen die haar door het leven en de cultuur in de wereld worden aangereikt. Voorbeelden: Ketens en Vrouw, Danser en Wachter. Bij het motief van de Wachter is de Aziatische invloed het duidelijkst aan te tonen: de stenen wachters, vaak leeuwen, staan bij bruggen (op Bali, bijvoorbeeld), tempels (ook bij de Verboden Stad in Peking!) als magische soldaten die boze geesten en ongewenste indringers op de vlucht jagen.

Bij Dodog Soeseno is de symboliek meer direct aards, verbonden met de dingen van de dagelijkse waarneming: Kind, Spaarpot, Vulkaan. Daar kan incidenteel de Brief bijkomen, komende van de Merapi. Op die wijze toont zich het verlangen naar communicatie. Het is een verlangen dat vrijwel aan iedere kunstenaar eigen is. Vooral sinds in de geschiedenis van de kunst de romantiek en het expressionisme de weg hebben gebaand naar een emotionele verstandhouding tussen kunstenaar en kunstbeschouwer. Anders dan Joyce Bloem, die voor haar mythologische speurwerk het atavistische Indonesische materiaal combineert met allemogelijke andere motieven waarmee zij in zichzelf affiniteit ontdekt, put Dodog Soeseno voor zijn expressieve middelen uit de onmiddellijke werkelijkheid in zijn geboorteland.

Hoezeer hij die werkelijkheid kent en hoe groot zijn inlevingsvermogen is, blijkt misschien wel het allerduidelijkst uit de gouache die hij maakte bij Barney Agerbeeks gedicht De handen. Dat gedicht verwijst naar de situatie die zich voordoet bij stoplichten in Jakarta. Wanneer een van de lange Jakartaanse files voor rood licht tot stilstand komt, gaan bedelende kinderen langs de ramen van de auto's. Een enkel goedhartige automobilisten wil dan wel eens het raampje van zijn wagen opendraaien. Vooral niet te ver, om niet het risico van beroving te lopen. Hij laat dan door de kier een muntje (een gering bedrag voor hemzelf, een groot bedrag voor de ander) in de uitgestoken kinderhand vallen. Het gedicht geeft indringend en ontroerend weer hoe schrijnend die situatie is, metaforisch voor het onrecht van de armoede, de schande van kinderbedelarij. Dodog Soeseno ondersteunt de tekst op even indringende wijze. Hij kan dat ook doen, omdat hij die situaties uit eigen waarneming kent. Zijn weergave van de gevende en de ontvangende hand getuigt van zijn inlevingsvermogen. In het leven van het bedelende kind. En in het gevoel dat de dichter tot uitdrukking heeft willen brengen.

Dat het Indonesische substraat zowel bij Joyce Bloem als bij Dodog Soeseno een fundament van creativiteit vormt, is buiten kijf. De sporen ervan zijn overduidelijk, voor wie de aan de Indonesische werkelijkheid ontleende elementen (materieel, spiritueel) weet te herkennen.

© Aart van Zoest, juli 2001