Communicatie

Communicatie

Orale literatuur, als kunst beschouwd, maakt onderdeel uit van een cultuur. Het is eveneens een 'performing art', een uitvoerende kunst, net als ballet-dansen.

Door orale literatuur met ballet te vergelijken, leg ik de nadruk op de specificiteit van orale literatuur als een vorm van 'performing art'. Dat orale literatuur tot de uitvoerende kunsten behoort is iets dat we goed in gedachten moeten houden, omdat hiermee een verschil is aangeven met de geschreven literatuur.

Uiteraard ligt voor mij als semioticus de specificiteit van orale literatuur in zijn semiotische syntaxis. Dat is een syntaxis waarin verscheidene, zeer verschillende, tekensystemen hun rol te vervullen hebben. Natuurlijk is taal zeer belangrijk, het meest gesofistikeerde van de gebruikte tekensystemen. Maar taal is bij lange na niet de enige betekenisgevende factor bij de uitvoering van een oraal literair kunstwerk.

Wanneer, bijvoorbeeld, een verteller voor zijn publiek staat, geeft hij allerlei non-verbale tekens af die door de aanwezigen kunnen worden geïnterpreteerd, zoals daar zijn de lichaamstaal, de gebaren, zijn gelaatsuitdrukkingen, zijn kleding, zijn stemgeluid, zijn manier van spreken. Allemaal semiotische instrumenten, betekenisgevende onderdelen, die zich voegen bij de taal. Tekens die tezamen betekenisvorming mogelijk maken op grond van de diverse vooronderstellingen die voor semiotische werkzaamheid aanwezig zijn in de breinen van in iedere individuele aanwezige.

Sommige van deze tekens kunnen paralinguistisch worden genoemd. Dat zijn tekens die niet zelf linguistisch zijn, zoals woorden die je neerschrijven kunt, maar die wel onverbrekelijk horen bij die taalelementen, wanneer ze uitgesproken worden. Zo'n paralinguistische teken is bijvoorbeeld de klank van een stem, het timbre. Daaraan hoor je of een man spreekt of een vrouw, of je te maken hebt met een sterke, dwingende figuur, of met een zachte, gevoelige persoonlijkheid. Daarnaast zijn er ook zuiver non-linguistische tekens. Denk aan de gelaatsuitdrukkingen, de houdingen en bewegingen van het lichaam. Al die tekens ondersteunen het gesprokene en vertellen dikwijls dingen die met taal hun uitdrukking niet eens kunnen krijgen.

Vele middelen dus om betekenis over te dragen. Vaak heel effectieve middelen. Sommigen presenteren zich expliciet. Anderen werken in het verborgene, op een heel subtiele, subliminale, manier. Subliminaal wil zeggen: onder de drempel van het bewustzijn. Subliminaal zijn de tekens die dermate goed verborgen blijven dat de Ontvanger niet in de gaten heeft dat er een semiotisch werkzaam, verleidend, middel op hem is losgelaten. Reclame maakt graag gebruik van dit soort trucs.

Uitvoerende kunstenaars hebben niet allemaal de beschikking over hetzelfde aantal tekensystemen. Sommigen kunnen er veel in werking stellen, anderen zijn beperkt in hun non-verbale middelen. Traditie kan een beperkende factor zijn. In wayang kulit, het typisch Indonesische spel met de platte leren poppen waarvan de schaduwen over een groot scherm bewegen, is er beperking in de personages en in de verhalen. De poppenspeler, dalang geheten, zit met zijn rug naar het publiek, laat de poppen door middel van stokjes hun bewegingen maken; dat beperkt hem in zijn expressieve mogelijkheden. Gebaren, gelaatsuitdrukkingen zijn er niet bij. Maar er zijn mogelijkheden genoeg om de beperkingen te boven te komen. Binnen de narratieve tradities is er plaats voor een figuur als Semar, een komisch personage die zijn mening geven kan over actuele sociopolitieke onderwepen. Juist het komische van Semars verschijning en van zijn gedragsgewoonten (hij kan vervaarlijk en gevaarlijk spugen en winden laten) maken het hem mogelijk om ongestraft zijn mening te geven over omstreden onderwepen. Als er maskers worden gebruikt, in wayang topeng, wordt daardoor de gelaatsexpressie in zijn beweeglijkheid ingeperkt, maar daar staat tegenover dat de maskers de semiosis een grote intensiteit verlenen.

De Franse filosoof Georges Bataille heeft gesteld dat in een literaire tekst een soevereine auteur communiceert met een soevereine lezer. Nu is de auteur, semiotisch gesproken, de Zender van een Boodschap. Bataille noemt hem 'soeverein', omdat deze Zender, als schepper van de boodschap, absolute macht heeft om het verhaal, de personages, de contekst van het geheel, naar eigen goeddunken te creëren. De lezer is de Ontvanger van de Boodschap. Ook hij is 'soeverein', want het staat hem vrij de tekst te interpreteren zoals hij dat wil; hij kan de tekst de betekenis geven zoals de auteur dat heeft bedoeld en gewenst. Maar hij kan de tekst ook misverstaan, of de boodschap totaal afwijzen.

Die theorie van Bataille - dat literatuur communicatie is - moet serieus worden genomen. Toen hij zijn idee poneerde, dacht Bataille aan het soort literatuur waarmee hij vertrouwd was. Dat wil zeggen: geschreven literatuur. Maar de gedachte dat literatuur communicatie is, geldt evenzeer, ja wellicht nog in sterkere mate, voor orale literatuur.

Op de afbeelding: Georges Bataille