Chris de Bueger

Chris de Bueger

De schilder Chris de Bueger blijft niet binnen grenzen. Hij begon met schilderijen, ging een dimensie verder en maakte beelden. Een beeldroman zelfs, die hij noemde Rustende jager.

Wie bij die titel denkt aan een gezellig samenzijn onder een rieten dak op de Veluwe, vergist zich. De jager is de kunstenaar, op jacht naar een vorm. Jagen moet hij en zijn rust verdient hij pas wanneer hij vorm heeft gegeven.

Voor mij is de jager schuldig schrijft de Bueger, maar hij moet zich wel onschuldig weten om te kunnen rusten.

Hij zegt het dichterlijk aldus:

wegglijdend naar vanzelfsprekende onschuld
gedane zaken keren weer
en zie
de schoonheid van angst verschijnt

Hij wil oprechte beelden maken. Maar hij beseft dat voor absolute artistieke oprechtheid eigenlijk absolute naïviteit een voorwaarde is. Chris de Bueger is natuurlijk niet naïef, hij kent het klappen van de expressieve zweep maar al te goed. De onschuld van de naïviteit moet hij zich aanmeten.

Hij wil creëren alsof hij een naïeve kunstenaar is en bovendien wil hij de grenzen overschrijden van elke opgelegde esthetiek. In zijn jacht naar vormgeving heeft hij dus met angst te maken. Angst voor alle kunstgrepen die zijn artistieke vakmanschap aan hem opdringt en angst ook voor de valkuil van een schoonheid die zich opdringt.

Oplossing? De angst voor de schoonheid omzetten in een gevoel voor de schoonheid van die angst.

Dat verklaart zijn vormkeuze, maar zegt nog niets over de betekenis van zijn werk. Wat De Bueger toont aan gedroomde mogelijkheden? Autofellatio, hyperbolische viriliteit, erotische overgave? Wellicht ook drift, schaamte, aarzeling, experimenteerzucht, meditatieve inkeer, baldadige overmoed?

© Aart van Zoest, december 2002