Casablanca revisited

Casablanca revisited

Er zijn films die je in je leven meer dan één keer zien moet. Soms voor de verrukking van de herkenning. Soms voor de nieuwe ontdekkingen. Bij het weerzien met de film Casablanca ontdekte ik de waarheid van dat laatste, hoe belangrijk nieuwe ontdekkingen kunnen zijn.

Ik had hem lang geleden gezien, de film Casablanca, op een leeftijd dat ik gevoelig was voor de schoonheid van de Zweedse actrice Ingrid Bergman, en haar gespeelde gevoelens voor tegenspeler Humphrey Bogart met zijn stereotiepe gekwelde grimas op de koop toe nam. De plot en de exotisch bedoelde setting bedekte ik eveneens met de mantel der liefde.

En nu, bij het weerzien, vele decennia later, word ik me pas duidelijk bewust van het belang van de ethische keuzes die de personages in de film in een bepaalde historische context maken.

De film is gemaakt in 1942. Het verhaal speelt zich af in 1941. Dat speelt dus in op een heel actuele situatie. In dat jaar is Marokko nog Frans. Het moederland Frankrijk is door de Duitsers overweldigd. Frankrijk heeft gecapituleerd. Het noorden van Frankrijk, Parijs incluis, is door de Duitsers bezet. Maar in het zuiden tolereren de overwinnaars van dat moment een collaborerend regime, onder leiding van maarschalk Pétain, met een regering die zetelt in Vichy. In de Noordafrikaanse Franse kolonies dier dagen, zoals Marokko, staan de Franse autoriteiten voor een keuze: meedoen met de collaboratie met Hitler-Duitsland of de andere kant kiezen, het antifascistisch Franse verzet kiezen. Zeg: de zijde van De Gaulle.

De Franse politiecommissaris in de film staat model voor hen die binnen dat wat ontredderde koloniale regime van die periode een realistisch standpunt inneemt: de Duitsers zijn aan de winnende hand en je accepteert hun zege. Vandaar dat, in de film, Duitse gestapo-officieren in Casablanca kunnen verschijnen om een Tsjechische antifascist, die uit een Duits concentratiekamp heeft weten te ontkomen, in te rekenen en te verhinderen dat hij naar Amerika ontkomt.

Die antifascist was doodgewaand door zijn vrouw (Ingrid Bergman) op het moment dat zij in Parijs een gepassioneerde liefde beleefde met een Amerikaanse antifascist (Humphrey Bogart). De twee gelieven spreken af om via Casablanca en via Lissabon naar Amerika te gaan teneinde aan de Duitse bezetters te ontkomen. Maar de vrouw verschijnt niet op de afgesproken plek, op het afgesproken moment. De man reist, alleen, af naar Casablance. Gedesillusioneerd. Verschanst zich in cynisme.

In Casablanca ontmoeten de gelieven elkaar weer. De doodgewaande echtgenoot leefde nog; die ontdekking verhinderde de vrouw om zich aan de gemaakte afspraak te houden. Een quiproquo dus, dat het verhaal een tragisch karakter geeft.

Als nu de Duitsers in Casablanca verschijnen om de antifascistische echtgenoot te arresteren, ziet de cynicus af van de mogelijkheid om met zijn geliefde naar Amerika te vertrekken. De vrouw blijft bij haar hervonden echtgenoot. En de mooiste verrassing op het vlak van de ethische keuzes vind ik zelf de beslissing van de Franse kapitein, die tegen de politieke verhoudingen van dat moment in, de zijde van de antifscisten kiest.

De historische situatie dwingt tot morele keuzes die de passie tot een ondergeschikte rol dwingen. Het lijkt wel een stuk van 17e-eeuwse Franse tragedieschrijver Pierre Corneille.

Je moet, ben ik bereid te geloven, een dagje ouder worden om dat in de film te kunnen ontdekken achter de zo mooi ingetogen gespeelde liefdesgeschiedenis.