Carmiggelts waarheid

Carmiggelts waarheid

Wanneer de alcohol de remmen weggenomen heeft kan een bittere waarheid de kans krijgen om zich te openbaren. Dronken mensen (en kleine kinderen) zeggen de waarheid. Volkse wijsheid. Carmiggelt laat het weten via mevrouw Smit, wanneer ze zich aan Koning Alcohol onderworpen heeft.

Met significante proloog markeert ze het een grens. Op de hooggestemde uiteenzettingen van meneer Geurts laat ze kort een bespiegeling volgen waarmee ze enerzijds haar welwillendheid en anderzijds haar scepsis tot uitdrukking brengt:

'Het zal allemaal wel heel veel studie vergen', zegt mevrouw Smit eerbiedig. 'Maar je moet er liefhebberij in hebben om al die boeken te raadplegen. Ik zou er stapelgek van worden. De letters zouden voor mijn ogen beginnen te draaien.'

Wij, nuchtere lezers voelen dat het Uur van de Waarheid aanbreekt.

'Dan wordt er weer wat besteld. En nog wat. Het café kijkt welwillend toe. Tegen elven loopt het. Al wat wazig hervat de stem van de heer Geurs: 'Theseus... nu kom ik van de halfgoden te spreken...'

Maar bijna altijd omstreeks die klok, begint mevrouw Smit een beetje te schreien en zegt: 'Die schooier! Om zo maar bij me weg te lopen! En ik heb hem vertroeteld als een koningskind...'

Want de schilletjes met suiker hebben haar zwijgen opengebrand en tot het sluitingsuur moet de heer Geurs alles over die mooie handelsreiziger horen - hoe hij dansen kon en grappen maken en wat hij wel eens meebracht van de reis.'

Carmiggelt komt niet aandragen met het gedachtegoed van Georges Bataille. Maar wij weten het: de schooiers winnen het in liefdesharten van de keurigen, want hunner is het feest. Het feest van doen-waar-je-zin-in-hebt.

Polygamie moet verboden worden, in een fatsoenlijk land als het onze. Ons parlement is dat met onze staatssecretaris eens. Wij allen. Polygamie, dat mag niet, geïnstitutionaliseerd. Maar gedogen doen we wel, als de zijsprong 'vreemd gaan' heet of 'elkaar vrij laten'. En als we al niet de clandestiene gelijktijdige polygamie gedogen willen, dan verlaten we die conceptie en accepteren de in de tijd gespreide polygamie van de verbroken en hervatte relaties, na scheiding en nieuwe kansen. Dat is de weg van de onbevangen natuur, onbetoomd door knellende morele codes.

Mevrouw Smit bezingt in tranen deze waarheid en het bijbehorende verlangen. Meneer Geurts moet die zang aanhoren en de verscheurende strekking ervan aanvaarden.

'Terwijl de kastelein bedroefd de nutteloos geworden glazen brengt, zit de heer Geurs, weer dichtgeklapt voor vele weken, welmenend te knikken. En pas als ze weggaan maakt hij, achter haar rug, het wrange voilà-gebaar, dat de kastelein dan met een moedeloos hoofdknikken beaamt.'

Carmiggelt: geniaal observator, ook van het non-verbale.

Kan Sofokles hier tegenop?