Burkina Faso en z'n miljoenen

Burkina Faso en z'n miljoenen

De kop boven een artikel in Le Monde van 11-11-2005 luidt: 'Malgré une politique économique modèle, le Burkina Faso ne sort pas de la misère.' Dat weten we dan weer. Een land kan zich economisch gesproken gedragen volgens de regels die internationaal correct gevonden worden, het helpt niet om uit de ellende te raken. Er is wel economische groei en lage inflatie in Burkina Faso, maar het aantal armen (minder dan één dollar per dag) groeit ook, zo'n 45%. Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar is 255 euro.

Problemen genoeg: 350.000 van de 13 miljoen inwoners van Burkina Faso Burkinezen werkten als gastarbeiders in Ivoorkust; ze zijn daar weggejaagd toen in dat land onlusten ontstonden. Droogte, oprukkende woestijn, die dreigingen zijn nooit weg. Daar staat tegenover dat de Burkinezen de meeste katoen produceren in Afrika (zie foto); alleen kunnen ze op de wereldmarkt niet concurreren met de gesubsidieerde Amerikaanse katoenplanters.

Is er geen hulp? Hm. Ze krijgen 50 miljoen euro van 360 non-gouvernementele organisaties. Zo'n 55 miljoen van de Wereldbank, giften en leningen. Bij elkaar wel wat minder dan de jaarlijke schuld-aflossing: 129 miljoen. Hoera, die is ze door de G8 zojuist kwijtgescholden.

Wat is nu, semiotisch gesproken, de barst in de tekst? Dat die schuldaflossing dus jarenlang hoger was dan de binnenkomende hulp? Dat het goede economische gedrag volkomen vernietigd wordt door de subsidie van de Amerikaanse katoenboeren met hun obesiteitsprobleem?

De opvallendste tekstbarst is het woord 'miljoen'. Dat is de maat die we hanteren als we het over de sloebernaties hebben. Bij ons, in Nederland, rekenen we in miljarden, wanneer we het hebben over een nationale fiscale meevaller, waarvan we nog niet weten wat we ermee gaan doen.