Bruno Schulz

Bruno Schulz

Op de omslag van Nynade 6, ons blad over kunst en letteren, is een zelfportret te zien van de Poolse schrijver en beeldend kunstenaar Bruno Schulz. Ook de afbeelding hiernaast is een zelfportret van Schulz, die zich nu vertoont geflankeerd door twee vrouwen.

In dat nummer van Nynade staat een artikel over Schulz, vandaar die afbeelding. Vandaar ook dat ik het hier nu over hem heb. Het artikel is van de hand van redacteur Ton Kelder. Hij begint zijn presentatie van Schulz met twee intrigerende, poëtische zinnen.

'In 1973 kwam mijn Poolse bruid naar Nederland. Zij had een grote kist bij zich met persoonlijke spullen.'

We komen aan de weet dat Schulz - metonymisch gesproken - daarbij was, bij die spullen. En dat hij, Kelder, op die manier met het werk van Schulz in aanraking is gekomen.

Mocht Kelders tekst nog niet voldoende zijn geweest om mij op de waarde van Schulz als meesterlijk auteur te attenderen, hij, Ton, deed mij een exemplaar cadeau van een boek van Bruno: 'Het sanatorium'. Ondertitel: 'Sanatorium Clepsydra'.

Verrukkelijke ontdekking. Alleen al over de eerste zin van het eerste verhaal in dat boek (titel: 'HET BOEK') zou ik een tekst van vele bladzijden willen schrijven. Misschien ga ik dat ook wel doen. Om te beginnen ga ik die eerste zin hier citeren.

'Ik noem het gewoon het Boek, zonder nadere bepalingen of epitheta, en in deze abstinentie en beperking schuilen een radeloze zucht en stille capitulatie voor de grondeloosheid van het transcendente - want geen enkel woord, geen enkele toespeling kan fonkelen, geuren, stromen als die huivering van vrees, als dat voorgevoelen van dit ding zonder naam, waarvan het eerste voorproefje op de punt van de tong overtreft wat onze geestdrift kan bevatten.'

Degene die aan het lezen en interpreteren van deze woorden minder dan een kwartier besteedt is een oppervlakkige, aan wie deze Koh-i-Noor onder de eerste zinnen in de wereldliteratuur niet besteed is. Alleen al bij de combinatie 'grondeloosheid van het transcendente' kan men moeilijk anders dan zich een flinke denkpauze gunnen alvorens in de tekst verder op weg te gaan.

Het woord 'grondeloosheid' komt uit de koker van de supervertaler Gerard Rasch, die kennelijk zijn Vondel gelezen heeft ('Wie is het die zo hoogh gezeten, zoo diep in 't grondelooze licht'). En dat in combinatie met het zeer ten onrechte in onbruik geraakte begrip 'transcendentie'. Is het niet wonderbaarlijk?