Michael Botwinnik

Michael Botwinnik

Toen Aljechin, die tijdens de Tweede Wereldoorlogde fout was geweest - hij had antisemitisch geschreven over collega-schakers - kort na het einde van die oorlog, gestorven was, heeft de Internationale Schaakfederatie zich over de vraag gebogen of men wilde zorgen voor een graf van de ex-wereldkampioen, ja of nee.

Er was, heel begrijpelijk, nogal wat weerstand. Uit overleg is toch een positieve beslissing tevoorschijn gekomen. Mede door instemming van de opvolger van Aljechin, de nieuwe wereldkampioen Michael Botwinnik. Hij was bestuurslid van de bond. Als Sovjet-Rus met een joodse vader en moeder had hij weinig reden tot lankmoedigheid tegenover nazi-collaborateurs. Hij toonde zich grootmoedig.

Ik sta, wanneer ik in Parijs ben, nogal eens voor dat graf van Aljechin op het cimetière Montparnasse. Ik moet dan in de buurt zijn, ga de ingang in de Rue Froidevaux door en wijd vooral aandacht aan het graf van Baudelaire. Aljechins graf is om de hoek, weer goed hersteld na een flinke beschadiging door storm op de tweede Kerstdag van 1999. Ik denk dan altijd even aan Botwinnik, wiens naam daar, als bestuurslid, vermeld staat.

Een goed mens was hij, die oersterke schaker en toegewijde communist, uit het goede hout gesneden, heb ik de indruk. In het boek 'Zó speelt Botwinnik' staan zijn winstpartijen. Timman heeft ze uit dat boek nagespeeld en is er door geïnspireerd. En ongetwijfeld de sterke speler geworden die hij is. Er staat een partij in die Botwinnik van Capablanca won, een partij die naar mijn smaak in de Toptien Aller Tijden hoort.

Botwinnik beschouwde overigens Capablanca als de grootste schaker aller tijden. Hij heeft dat gezegd in een interview met Sosonko (Vrij Nederland, 20-8-1991). Hoor wat hij zegt:

'Door zijn positiebegrip was hij praktisch onverslaanbaar. Wij hebben samen veel geanalyseerd. Toen begreep ik dat hij een genie was en ik niet. Dat ik wel een enorm talent had, maar dat ik het vooral moest hebben van hard werken. Capablanca speelde nooit zetten. Hij volgde een plan. Hij schaakte als een pianist. Je hoort nooit de noten afzonderlijk, je hoort het hele stuk.'

Botwinnik, ingenieur, werkte aan een schaakprogramma waarbij hij niet uitging van alleen maar doorrekenen. Hij wilde naar algemene principes, naar iets anders dan 'brute force'. Een filosofische reflectie over het menselijk denken, denk ik dan. Van de zijde van de doorrekenaars, de slimme programmeurs van de digitaal voortredenerende schaakcomputer werd scepsis gemanifesteerd over de droom van de oude meester. Hijzelf begrijpt wel waarom. Aan de 'brute force', de technologische krachtpatserij, valt geld te verdienen...