Engelen zijn onder ons

Engelen zijn onder ons

Bossuet (1627-1704), bisschop van Meaux, was beroemd om zijn welbespraaktheid. Zijn preken waren kunstwerken van eloquentie. Onlangs heb ik de tekst van een van zijn preken cadeau gekregen. Ik had nogal eens het uitgesproken dat ik het gevoel heb dat een beschermengel over me waakt. Bossuet heeft in 1659 een preek gehouden over beschermengelen. Vandaar.

In zijn preek wekt Bossuet de indruk dat hij precies weet hoe het met engelen zit. Natuurlijk is zijn psychische register in dat geval niet puur dat van het reële, maar dat hindert mij allerminst. Jacob, zo staat het in de Bijbel, heeft engelen zien opklimmen en nederdalen langs een ladder die tussen de hemel en de aarde was opgesteld. In een droom, dat wel.

De engelen gaan naar boven met onze wensen en ze komen naar beneden met goddelijke orders. Zelf geloof ik dat ze, wanneer ze bij ons in de buurt zijn, ook zelf het nodige initiatief vertonen. Ze weten wat we nodig hebben.

Het aardige bij Bossuet is dat hij de beschermengelen menselijke eigenschappen toeschrijft. Ze zijn hulpvaardig maar daar is toch ook een grens aan; wie, onverbeterlijk, in eenzelfde zonde blijft vervallen, wordt overgelaten aan de demonen en moet een bestraffing verwachten. Bossuet gebruikt zelfs het woord 'wraak'. Je zou kunnen zeggen: het geduld vn de engelen kan opraken. Als dat gebeurt, ben je nog niet jarig.

Buiten Bossuet om geloof ik dat engelen nogal eens geïncarneerd op het pad van mensen verschijnen. De ene mens is vaak een engel voor de ander. Dat kan een tijd duren; het kan ook incidenteel zijn. Een kenner, zoals Bossuet, ben ik niet. Dat verhindert niet dat ik het geregeld waarneem. Ik vind het, behalve imponerend en verheugend, ook grappig om te zien hoe die engelen dan toch hun menselijke eigenaardigheden hebben. Daar moeten we uiteraard niet moeilijk over doen.