Korporaal Vlasblom en zijn mannen

Korporaal Vlasblom en zijn mannen

Korporaal Vlasblom was hoofdman over vijf soldaten. Er was een gele streep op zijn mouw gespeld. Daaraan kon je duidelijk zien dat hij over die soldaten de baas was.

Vanwege die gele streep noemden de vijf soldaten hun meerdere niet korporaal Vlasblom, ze noemden hem Bananeschil. Als hij er niet bij was.

Bij de soldaten was helemaal niets op de mouw gespeld. Wel wisten zij dat ze met de korporaal op de heuvel moesten blijven.

Generaal Grim had dat tegen de korporaal gezegd. Dat hij met zijn vijf soldaten op die heuvel moest blijven. En korporaal Vlasblom had het aan zijn mannen doorgegeven: 'We blijven hier, op de heuvel. Graaf allemaal een putje.'

Dat vonden de soldaten wel leuk, behalve soldaat Persoon. De vier andere soldaten maakten een lekker diep putje. Toen ze klaar waren sprongen ze vrolijk in die putjes. De putjes waren zo diep dat je de soldaten helemaal niet meer zag toen ze erin gesprongen waren. Alleen soldaat Persoon stak heel ver boven de rand uit, want hij had maar een heel klein beetje zand weggeschept.

Je zag hem duidelijk boven de heuvel uitsteken met zijn helm, die hij fel rood had geverfd, omdat hij in zijn vrije tijd in een korfbalclub speelde met een rood tenue. Hij kon niet goed korfballen, Persoon, maar deed het wel graag, omdat je de korfbalsport samen met meisjes bedrijft. Hij deed het eigenlijk voor Hadewieg. Zij was de ster van de club. Als zij de bal gooide kon je er zeker van zijn dat hij in de korf verdween. Soldaat Persoon droomde elke nacht van Hadewieg. Dat ze hem een zoen gaf. Over die dromen praatte Persoon nooit met iemand.

O jee, daar kwam generaal Grim. Hij riep met donderende stem: 'Korporaal'. 'Ja generaal?' zei Vlasblom. Hij ging heel rechtop staan. Hield zijn benen en zijn voeten zo stijf tegen elkaar geklemd dat er geen miertje door kon. Hij salueerde zo ontzettend voorbeeldig dat zijn hand bevroren leek en drie minuten bleef trillen. 'Vlasblom' donderde de generaal, 'waarom heeft die soldaat een rare helm? En waarom is zijn putje niet'. 'Diep genoeg?' wilde hij zeggen. Maar hij kon de zin niet afmaken. Ineens kwam er een windvlaag. Wat zeg ik? Een stormvlaag, een orkaanvlaag. Kortom zo'n veschrikkelijke vlaag dat èn de generaal èn de korporaal èn soldaat Persoon een kilometer door de lucht vlogen.

Ze kwamen met z'n drieën terecht in een speeltuin, ver achter het front. Met schommels, een trampoline, een glijbaan en een wip. Daar zijn ze gebleven tot het vrede was geworden. Ze vonden het er leuk, alleen miste Persoon de korfbalclub.

De vier soldaten in de putjes zijn daar ook tot de vrede gebleven. Leuk was het niet. Ze bleven wel in leven. Ze voedden zich met bladeren van paardenbloemen die aan de rand van de putjes groeiden. Ze dronken water door hun hoofden achterover te werpen en hun monden open te sperren wanneer het regende. Later waren ze trots dat ze zo goed stand hadden gehouden. Hun hele verdere leven hebben ze er over gepraat tegen iedereen die maar wilde luisteren. En ook tegen mensen die eigenlijk helemaal niet wilden luisteren.