Triomf van de bananenboom

Triomf van de bananenboom

De bananenboom moge dan niet zo indrukwekkend zijn als de waringin, zo statig als de palm, zo stoer als de eik, hij is de mensvriendelijkste van allemaal. Eén tros bananen offreert hij tijdens zijn leven, maar dat is dan ook geen geringe gave, waaraan een fraaie bloei voorafgaat.

De grootste gift van de bananenboom aan de mens bestaat uit zijn wonderbaarlijk nuttige bladeren.

Als het stortregent heb je meer een een bananenblad dan aan een paraplu. Wanneer je tijdens een party versnaperingen wilt serveren, knip je zo'n blad in vele stukken en heb je frisse place-mets. In bananenblad kun je voedsel verpakken.

De allerbelangrijkste rol van de bananenboom is die welke hij heeft gespeeld in de tijd dat de wereld nog maar net geschapen was. Een Moluks scheppingsverhaal, afkomstig van het eiland Ceram, vertelt er van. Het is zo prachtig en betekenisvol dat ik niet kan nalaten om het hier te citeren.

'Toen Duniai de wereld had geschapen, leefden er op aarde slechts twee wezens: een man, Tuwalamai, en een vrouw, Tuwalesi. Ze kregen eenzoon, die Tuwale werd genoemd.

In die tijd lag de hemel nog vlak boven de aarde, en de bomen, rivieren en stenen konden spreken. De bomen konden echter niet goed groeien, en ze vroegen aan de mensen of ze de hemel niet wat omhoog konden duwen. Toen nam de vrouw een bamboestok en drukte de hemel wat hoger. Daarover verheugde zich in het bijzonder Hudjamine, een bananenboom, want nu kon ze groeien en daarom wijzen haar bladeren sindsdien naar boven.

In die dagen stond het nog niet vast welke gestalte de mensen uiteindelijk zouden krijgen, en een bananenboom en een stuk rots maakten er ruzie om. De steen zei: 'De mensen moeten er uit gaanzien zoals ik en zo sterk worden als ik ben. Ze moeten alleen de rechterkant hebben, slechts één been, één arm, één oor, en ze mogen nietsterven.'

De bananenboom riep: 'Nee. De mensen moeten er uit zien als ik: ze moeten twee armen, twee benen, twee ogen en twee oren hebben en kinderen ter wereld brengen, zoals ik.'

De ruzie tussen de bananenboom en de steen werd steeds heftiger en ze hielden niet op elkaar uit te schelden. Toen sprong de steen woedend bovenop de bananenboom en verpletterde haar. De volgende dag reeds stonden daar echter haar kinderen, en de oudste spruit begon, als sterkse van het stel, de strijd met de steen opnieuw. De steen sprong daarop weer woedend op de bnanenboom en doodde haar. De volgende dag stonden er toen weer de volgende jonge bananenboompjes: de oudste spruit begon opnieuw de strijd tegen de steen, met het bekende gevolg. Zo ging het gevecht maar voort, tot op een dag weer een oudste bananenspruit aan de rand van een diep ravijn het gevecht hervatte met de woorden: 'We vechten door tot één van ons beiden het gewonnen heeft.'

De steen sprong ook dit keer op, maar miste zijn doel. Hij stortte in het ravijn. De bananenboom was opgetogen en riep: 'Wij hebben gewonnen, nu kun je niet springen!' De steen riep vanuit de diepte: 'Goed, de mens zal er uitzien zoals jullie willen, maar dan zal hij ook sterven ls jullie.'
En zo geschiedde.'

Dit is een fragment van 'Het ontstaan van de mens', in 'Marilah' nummer 23, een presentatie van 'Molukse vertellingen', uitgegeven door de P.A.De Eekhorst, Projekt Bikultureel Onderwijs, Assen 1984. Dat was in mijn ogen een bewonderenswaardig, project, dat me veel leerzaams onder ogen heeft gebracht.