Een aalscholver!

Een aalscholver!

Wat zien ik? Dacht ik, bij mezelf. Een zwarte fuut? Nee toch. Inderdaad nee. Hij lag wel net zo mooi in het water, als een voorzichtig opgedoken onderzeeër net als een fuut, maar bij beter kijken was het toch een aalscholver.

Een aalscholver in de Lijnbaansgracht! Vlakbij Rozengracht, Bloemgracht, Marnixstraat. Is het niet wonderbaarlijk?

Uit de verte had ik ze kunnen waarnemen. In het IJsselmeer. Zelfs in Amsterdam, in de Sloterplas. Vrijwel altijd op een ducdalf, vaak met gespreide vleugels. Ik leef altijd met ze mee. Ik ken geen andere vogel die zo lekker zijn vleugels droogt door ze wijd uiteen te houden en een beetje te laten wapperen. Ik denk dan altijd ook even aan de eerste die dat heeft gedaan, ooit, op een onbekend moment in het verleden en ook aan de naburige aalscholvers die hebben gedacht 'Hé, een idee.'

Voor het eerst kon ik hem van dichtbij bekijken. Bewonderen om zijn postmoderne geklede zwarte jas. Zwart met zilveren schitteringen. Hoe hebben ze het weten te verzinnen, aan een van Gods tekentafels. Ik gun het hem dat hij zijn snavel (ook al bijzonder mooi) hooghartig in de lucht steekt. Het moet niet gemakkelijk zijn om je bescheiden voor te doen, met zo'n uiterlijk.

Die overdenking brengt me terug naar New York, waar ik één keer in m'n leven ben geweest. Op Saint Patricks Day zag ik Ieren door Fifth Avenue in optocht voorbij komen - sommigen droegen een groene badge. Daar stond op 'It is hard to be modest when you're Irish'.

Zulk soort waarnemingen in staat om m'n hele dag goed te maken.