A.Alberts en ambtenarentaal

A.Alberts en ambtenarentaal

A.Alberts (1911-1995), schrijver van zeer leesbaar Nederlands, was ambtenaar. Hij heeft zich uitgelaten over de ambtenarentaal, die nogal wat mensen voor problemen stelt.

Ik kom daarop omdat de Nederlandse Taalunie het goede idee heeft gehad om een geschrift rond te sturen waarin aandacht wordt besteed aan de kwestie van helder-Nederlands. We mogen Alberts plaatsen in de letterkundige familie van Nescio en Elsschot: hij schrijft kristalhelder Nederlands. Zijn zinnen hebben veelal de doorzichtigheid van water in een bergbeek.

Ambtenaar Alberts is dus competent om zich over de kwestie van de ambtenarentaal uit te laten. En de Taalunie heeft er goed aan gedaan om hem te citeren, wanneer het gaat over 'werken aan heldere taal'.

Hoe komt het eigenlijk dat er moeilijke ambtenarentaal bestaat?
Lees wat Alberts schrijft in zijn 'Inleiding tot de kennis van de ambtenaar'. Hij beschrijft wat er gebeurde toen de overheid het roken in een openbaar voertuig wilde verbieden. In de trams werd een emaille plaatje geschroefd waarop stond 'Verboden te roken'.

'Wat is er toen gebeurd? Elke rokende passagier vond zichzelf maar een lamlendig stuk ongeluk, als hij niet in de tram zou gaan zitten roken, pijp, sigaar of sigaret. Maar het op een bekeuring te laten aankomen, dat was er natuurlijk helemaal niet bij. Daarom, als de conducteur hem bestraffend op het verbodsbordje wees, zei de man: ik rook niet. Om dit verweer te ontkrachten, werd in de tram een ander bordje opgeschroefd: verboden te roken of dit voertuig te betreden met een brandende pijp, sigaar of sigaret.'

Wat valt hieruit te leren? Ambtinees, en uiteraard ook juristentaal, is de consequentie van spitsvondigheid van de aangesprokenen.

Als we kort en krachtig een verbod op spitsvondigheid in de grondwet opnemen, hebben we een belangrijk taalprobleem opgelost.