Schubert, om te begrijpen

Schubert, om te begrijpen

Wie onzer wil niet begrijpen waarom het nieuws, op tv, in de krant, altijd over ellende gaat. Ellende is nieuws. Alleen ellende, lijkt het wel. De geboorte van lammetjes in de lente is geen nieuws. Een vader die zijn zoon dood slaat komt in de krant. Een gek die een geweer leegschiet op willekeurige passenten haalt de voorpagina's. Waarom is dat zo? Bij Schubert kunnen we een mogelijk antwoord vinden.

Luister naar de Winterreise, de liederencyclus die Schubert maakte op gedichten van Wilhelm Müller.

In het twaalfde lied horen we:

Wie eine trübe Wolke
durch heit're Lüfte geht
wenn in der Tanne Wipfel
ein mattes Lüftchen weht:

So zieh' ich meine Strasse
dahin mit trägem Fuss,
durch helles, frohes Leben
einsam und ohne Gruss.

Ach, dass die Luft so ruhig!
Ach, dass die Welt so licht!
Als noch die Stürme tobten,
war ich so elend nicht.

Is het heerlijk als de lucht vrolijk is, als een zacht briesje de toppen van de denneboom wiegt, als de wereld mooi is? Nee! Als je eenzaam bent en voortgaat zonder dat iemand je groet. Laat stormen razen, dan voel ik mij zo eenzaam niet.

En als de winter-reiziger van Schubert door een nachtelijk dorpje trekt, hoort hij

Es bellen die Hunde, es rasseln die Ketten.

Ja, de slapende mensen dromen van wat ze niet hebben en verheugen zich over het goede en slechte dat zich voordoet. 's Morgens, bij het ontwaken, is dat alles verdwenen, maar blijft er nog wel wat over op hun kussens. Dat bedenkt de nachtelijke wandelaar en besluit dan met een overpeinzing:

Bellt mich nur fort, ihr wachen Hunde,
lässt mich nicht ruh'n in der Schlummerstunde!
Ich bin zu Ende mit allen Träumen -
was will ich unter den Schläfern säumen?

Daar geven Wilhelm Müller en Franz Schubert een vingerwijzing een hen die zich afvragen waarom we over ellende willen vernemen, over razende storm. De storm verdrijft eenzaamheid. Blaffende honden zorgen er voor dat we niet in slaap vallen in een wereld die aan dromen een einde lijkt te maken.

Wie een antwoord zoekt op essentiële vragen, wende zich tot wat kunstenaars (de grote) ons te vertellen hebben.