Nyai Loro Kidul

Nyai Loro Kidul

Gisteren heb ik, daartoe aangespoord door Anne Scheepmaker, nog eens aan tafelgenoten het waargebeurde verhaal verteld van mijn bijna-verdrinken. Tijdens het door Sannah Edens en Walter Crommelin voor talrijke vrienden aangerichte feestmaal ter gelegenheid van hun koperen huwelijk.

Het was op Bali, waar ik dikwijls heen ging ten tijde van mijn werkzaamheden aan de Universitas Indonesia. Ik moest soms een tekst bedenken, en deed dat dan tijdens een dag of vier op Bali in Hotel Bali Anggrek, aan de Kuta Beach.

Tussen de creatieve momenten door begaf ik me geregeld ter verkoeling in die heerlijke zee. Op een dag - waarschijnlijk nog wat in gedachten - passeerde ik in schoolslag de branding en voelde, toen ik weer landwaarts wilde, hoe het water me naar de horizon trok. Ik zag het land achter me kleiner worden, probeerde uit alle macht in die richting te zwemmen. Vergeefs - ik kon tegen de stroming niet op.

Ik dacht 'Ik heb het gehad' en heb me zelfs een moment op m'n rug laten drijven, nieuwsgierig naar de afloop. Tot ik tot het besluit kwam 'Het zal me toch niet gebeuren'. Ik schreeuwde uit alle macht in twee talen om hulp. 'Help!' En: 'Tolong!'

Uit de groep Balinese jongens die aan de goede kant van de branding rondstoeiden met surfplanken maakte zich een jonge atleet los. Hij zwom met plank en al naar me toe, liet me daar languit op plaats nemen, buik op het hout, en begon achter me duwend te borstcrawlen. Ikzelf maaide, eigenlijk meer symbolisch dan effectief, met beide armen door het zilte nat. De stroming was sterk, dat voelde ik. Maar mijn redder zette me aan de rand van het strand weer af.

Terug in Jakarta, heb ik het verhaal uiteraard aan vrienden en vriendinnen verteld, Nederlanders, Indonesiërs. De laatsten hadden allemaal dezelfde verklaring voor het gebeuren: daar had Nyai Loro Kidul achter gezeten.

Nyai Loro Kidul is de Koningin van de Zuidzee. Ze is een godin die woont onder de zeespiegel ten zuiden van Java.
Van haar is bekend dat ze zwemmers die groene zwemkleding dragen naar zich toe haalt. Die dan door verdrinking voor de mensenwereld verloren gaan. Ze doet dat vooral in de voormalige Wijnkoopbaai, die nu een Indonesische naam draagt. Pelabuhan Ratu, Haven van de Koningin.

Op de dag van mijn bijna-verdrinking was ze kennelijk ook eens even in de buurt van Bali. Mijn Indonesische voorlichters lieten niet na me te vertellen dat de godin ook loert op mooie mannen. Er is wat afgeknipoogd wanneer ik van die bijzonderheid op de hoogte werd gebracht.

Ik had dan een gepast weerwoord. Ze had me wel naar zich toegetrokken. Maar toen ik dichterbij gekomen was en ze me gedetailleerder onder ogen kreeg, heeft ze toch maar toegestaan dat ik weer op het land kon terugkeren. Zo heb ik wellicht een reputatie van bescheidenheid verworven en in ieder geval bereikt dat er gelachen werd.

Op een dag had ik een gesprek met de rector magnificus van de Gaja Mada Universiteit, te Yogyakarta. Dat is de oudste universiteit van Indonesië, met een indrukwekkende reputatie. Ik zat dus niet tegenover de eerste de beste.
Aan deze man kon ik eens vragen hoe hij dacht over die legende betreffende Nyai Loro Kidul, die aan werkelijk iedere Indonesiër bekend is. Moest ik in haar bestaan geloven? En loerde ze echt op mooie mannen?

Hm hm, zei mijn geleerde gespreksgenoot. Natuurlijk is het een legende. Maar het is dan toch maar zo dat de sultan van Yogyakarta zich elk jaar een keer naar Parangtritis begeeft. Parangtritis ligt ten zuiden van Yogya, aan zee. De plaats staat tot Yogya als Zandvoort tot Amsterdam.
Op een speciale steen neemt de sultan plaats en spreekt een uur lang met Nyai Loro Kidul; zij neemt tegenover hem plaats ook op een steen.

Slechts een enkele bediende heeft het voorrecht om op enige afstand bij het gesprek aanwezig te zijn; alle andere stervelingen moeten uit de buurt blijven. Aan die man is uiteraard gevraagd: hoe ziet ze er uit, Nyai Loro Kidul? Antwoord: 'Zij is een godin. Die kun je als gewoon sterveling toch niet zien...'

En dan, wist de rector me te melden, er waren in Parangtritis enkele jaren tevoren twee Nederlandse oceanografen met onderzoek bezig geweest. Deze heren wisten alles van de bewegingen van zeewater. Een van die twee was een opvallend mooie man geweest. Toen ze op het strand aan het werk waren met hun instrumenten is er plotseling een enorme golf gekomen die de mooie meenam. De man is nooit teruggevonden.

Toen hij me dit verteld had, trok de rector zijn wenkbrauwen op. Zijn blik was veelbetekenend.