Middeleeuwen in Slowakije

Middeleeuwen in Slowakije

Ik ben nu eenmaal een Hollander, een Amsterdammer zelfs. Dus kan ik kapsones niet uitstaan. We moeten bescheiden zijn, daar zijn we het in onze delta-streken wel over eens. Maar zijn we bescheiden? Was het maar waar.

Wie een traditie wil handhaven, wie eerbied toont voor wat in het verleden beweerd, gecreëerd en vereerd is, kan een vraag verwachten: 'Je wilt toch niet terug naar de middeleeuwen?'

Eerlijk gezegd kan zo'n hooghartige vraag-die-geen-antwoord-verwacht me tot een innerlijke razernij brengen die ik maar met moeite verborgen weet te houden. Vanwege de onwetendheid en het impliciete gebrek aan bescheidenheid die deze gemeenplaats verraadt. Wij zijn toch slimmer, wij hebben het toch beter voor mekaar gebracht, dat is wat de spreker laat weten, die aangeeft dat wij blij mogen zijn dat we de middeleeuwen voorbij zijn.

De middeleeuwen voorbij? Wetenschappelijk, technologisch, ja. Maar is dat de enige, de juiste maatstaf?

Ik zag in het indrukwekkende Parijse Musée de Cluny, op de hoek van de boulevard St.Michel en de boulvard St.Germain, vorige week nog, 14 november 2010, een tentoonstelling van middeleeuwse kunst uit Slowakije. Titel van de expositie: 'D'or et de feu'. Metaforisch, het gaat om het goud en het vuur van het geloof, dat zichtbaar gemaakt is in kunstwerken die tonen waartoe de mens in staat is wanneer hij getuigen wil van de traditionele vormen die zijn geloof hem bieden.

Anonieme Slowaakse kunstenaars, die er niet op uit waren om zichzelf op de kaart te zetten, zoals we dat nu noemen (en aanbevelen), hebben schoonheid geproduceerd die God en de mensen wel moet hebben behaagd en het nu nog doen bij eenieder die nog een greintje ontvankelijkheid in zijn mensenziel heeft weten te bewaren.

Je wilt toch niet terug naar de middeleeuwen? Nou, als je, daar midden in het woelige Parijs, in de stilte van de museumzalen, ziet wat die oude middeleeuwse Slowaakse kunstenaars gecreëerd hebben, dan moet je haast wel antwoorden: 'Ja hoor'.