Maria en Rembrandt

Maria en Rembrandt

Eén ding is zeker: Rembrandt (1606-1669) was er niet bij toen Maria, moeder van Jezus, op haar sterfbed lag. Toch maakte hij een ets, in 1639, waarop Maria op haar sterfbed afgebeeld staat. Zij ligt daar omringd door veel mensen, zeventien in totaal. Uit de hemel zien we zes engelen nederdalen. Zij gaan, zoals we weten, Maria ten hemel opnemen.

Maria’s tenhemelopneming wordt door katholieken gevierd op 15 augustus. Onwetenden spreken wel van Maria’s hemelvaart, zoals dat ook van haar zoon wordt gezegd. Maar er is een subtiel verschil. Jezus is de zoon van God. Dat hij ook een menselijke natuur had, blijkt wel uit zijn zeer menselijke woorden, uitgesproken wanneer zijn kruisiging nabij is: hij spreekt het verlangen uit dat deze beker aan hem voorbij zou mogen gaan. Maar hij kiest er toch voor om te aanvaarden wat zijn vader van hem verlangt. Het woord hemelvaart drukt een eigen wilsbesluit uit. Het woord tenhemelopneming drukt uit dat het besluit buiten Maria zelf is genomen.

Ik ben niet katholiek maar richt wel dagelijks minstens één gebed tot Maria, het welbekende weesgegroetje. In 2010 ben ik op 15 augustus naar een mis gegaan waarin uiteraard de tenhemelopneming centraal stond. Het was in Parijs, in de kerk St.Pierre-Montrouge.

De pastoor legde uit dat Maria met lichaam en ziel naar de hemel is gegaan. Hij preciseerde bovendien dat ze sliep toen het gebeurde; ze was nog niet dood.

Wanneer we de ets van Rembrandt aandachtig bekijken, is het aannemelijk dat Rembrandt dat ook wel aanneemt, dat de engeltjes onderweg zijn om Maria mee te nemen nog voordat ze dood is. De oude man aan het hoofdeinde is immers nog bezig om haar bij te staan, lijkt het wel. Zoals je doet bij iemand die jouw zorg nog best gebruiken kan. Men neemt aan dat het Petrus is, want die wordt altijd als zo'n type afgebeeld.En er is zelfs nog een dokter (nemen we aan) die de pols van Maria voelt. Wat een belangselling bij dat bed trouwens. En wat een treurnis. Een van de vrouwen richt een gebed ten hemel. Een ander veegt een traan weg. Van sommigen lijkt het alsof ze overwegend nieuwsgierig zijn. Mensen dus.

Behalve Jezus - die heeft Rembrandt er volledigheidshalve bij gezet, denk ik. De meest intrigerende aanwezige is de man die in de Bijbel zit te lezen. Hij zoekt zeker een passage over het sterven van Maria, of over haar tenhemelopneming. Het zal tevergeefs zoeken zijn, want daarover is in de Bijbel niets te vinden.

Dat Rembrandt het zo precies verbeeldt, heeft met zijn geloof te maken. Het is absurd, zoals hij het voorstelt. Zoals ook het idee van vleselijke tenhemelopneming absurd is.

Daarom juist moeten wij het geloven. Alleen het Credo quia absurdum is de moeite waard. We geloven allemaal dat, als we 's morgens wakker worden, de wereld er wel weer precies zo bij zal liggen als toen we in slaap vielen. Dat is geen kunst.

We moeten het willen, geloven. Zo heeft Sjatow het ook laten weten, in Dostojewski's 'De bezetenen'. Geloven omdat het absurd is, als we dat willen en als we dat kunnen, dan kunnen we ook de grootsheid inzien van Rembrandt die Maria op haar doodsbed tekent alsof hij er zelf bij was. Hij is die getuige achter het dikke boek. Dat ene boek dat hem genoeg was, het enige dat is gevonden toen hij stierf op de Rozengracht in Amsterdam. Zonder al te veel poespas om hem heen, dat mogen we aannemen, zonder dat we er zekerheid over hebben.

Waarover hebben we eigenlijk wel zekerheid? Zonder geloven kunnen we weinig beginnen.