In de tram

In de tram

De tram is behoorlijk vol, als ik voorin instap. Geen zitplaats vrij. Ik stel me standvastig op vlak achter de plaats van de bestuurder. Een zittende jongeman biedt mij zijn plaats aan. Heus, er zijn nog van die mensen. Niet eens weinig.

Ik spreek uit ervaring; ik ga vaak met de tram en het overkomt me dikwijls. Vrouwen vaak of jonge nieuwe Nederlanders.

Ik sla ditmaal het aanbod af, want ik moet maar twee haltes mee. Achteraf toch een beetje spijt - je moet immers de ander altijd een kans geven om zijn goede hart te tonen. Ik toon dus dankbaarheid en leg uit van die twee haltes, voeg toe: en u zit juist zo lekker. Een mini-kwinkslag.

Een geduchte dame staat nog dichter bij de bestuurder dan ik. Op jaren, maar kaarsrecht, flink uit de kluiten gewassen, kortom imposant. Vrolijk en niet op het mondje gevallen. Ze houdt een monoloog tegen de man achter het stuur; deze hoeft alleen maar af en toe hm hm te laten horen. De 'minimal respons', zoals taalgeleerden zeggen. Waarmee de luisteraar aangeeft: ik luister nog. Maar die je desgewenst ook kunt opvatten als: ik ben het met je eens.

Zij is een Indische Nederlandse. Ze vertelt over haar man, die nu 86 is, 13 ouder dan zij. Hij is niet meer bij haar, maar weggelopen, na 35 jaar huwelijk. Naar een ander. Een van de anderen, wordt me duidelijk. Hij was kleermaker. Maakte kleding voor vrouwen. Thuis. En bezorgde het gemaakte altijd bij de opdrachtgeefsters aan huis. Ja, dan gaat het mis, hè.

Na vijfendertig jaar slikken, had ze er genoeg van. Ze heeft het hem laten weten! Ze zal maar niet vertellen wat ze gedaan heeft. Ze zegt het met een mengeling van verontwaardiging, trots en innige tevredenheid. Maar hij mag blij zijn dat hij nog in leven is.

Het is een kostelijk verhaal. De bestuurder en ik moeten er hartelijk om lachen en dat draagt bij tot het herstelde welbehagen van de dame. Als ik, eigenlijk een beetje te vroeg, afscheid van het duo moet nemen, maakt ze vriendelijk plaats voor me.

We roepenen elkaar alle drie de groet 'nou da-ag' toe en de bestuurder voegt daar nog welgemeende goede raad aan toe.

'En pas op voor de vrouwtjes, hè.'