Dom

Dom

Utrechtser dan mevrouw Backer was niemand en niemand kan het ooit worden. Als ze blij was over iets, zei ze ‘Ik was was zo blij. Ik kon de Dom omtrekken’. Een Amsterdammer weet niet eens dat je zoiets uit de mond kan krijgen, laat staan een Rotterdammer. De een noch de ander weet wat de Dom is. Of waar die staat.

Ter nagedachtenis aan mevrouw Backer werd een actiegroep opgericht die zich voornam om de Dom eens echt om te trekken. Wat doen we niet om de aandacht te trekken, zeg het zelf.

Duidelijk was meteen wel dat er een praktisch probleem lag. Niet omdat de Domtoren hoog was, maar eenvoudigweg omdat een kind wel kon inzien dat wanneer je er aan begon te trekken er zich afbrokkeling zou voordoen. Afbrokkelen? Dat kon de bedoeling niet zijn. Dat moest worden voorkomen.

Een eerste taak voor Dom-omtrekkers was dus om aan de onderkant van de Domtoren een stevige vloerplaat aan te brengen. Daarvoor was het nodig om de toren héél voorzichtig schuin te trekken en dan centimeter voor centimeter de plaat aan de onderkant voort te schuiven. De toren moes om te beginnen een pietseltje scheef getrokken worden. Een hoogwerker deed het werk aan de top, en geoefende fijn-slopers haalden wat weg aan de voet. Een enorm voordeel was uiteraard dat de toren geheel los stond van de kerk waar hij ooit een geheel mee had gevormd.

Na drie weken hadden de omtrekkers al iets te vieren. De toren stond op een stalen plaat. Na een dag vol feestelijkheid en media-aandacht kon met het eigenlijke omtrekken worden begonnen. Vanaf een buitenmodelhoogwerker werden drie onverwoestbaar sterke leren lussen om de toren geworpen. Het zachtjes rukken ving aan. Het Domplein werd afgezet. De bestrating werd bedekt met een schuimrubberen laag van anderhalve meter dik.

Onder leiding van een beroemde mechanica-specialist, prof.dr Paulus Pot, wist een team van toegewijde bouwvakkers te bereiken dat de Dom zich horizontaal schuin over het Domplein vleide. De actievoerders werden uitbundig gehuldigd. Er werd een naast de rustende toren een door de beeldhouwer Kiek Bak gemaakt standbeeld geplaatst voorstellende een juichende mevrouw Bakker. De dansgroep Ultrajectum voerde een triomfdans uit volgens choreografie van Detlev Baqst. Natuurlijk werd er ook feestelijk gedronken en dat leidde ertoe dat wildplassers voor een ongebruikelijk probleem kwamen te staan: hoe plas je wild tegen een omgetrokken toren?

De volgende problemen waren nog immenser. De toevloed van belangstellenden naar de enige omgetrokken toren ter wereld werd gevolgd door een toeristen-hype die in de wereld zijn weerga niet vond. Utrecht vervreemdde van zijn autochtonenen Het ergste was dat niemand meer uitdrukking kon geven aan zijn blijdschap op de wijze die mevrouw Backer ooit zo vertederend maakte.