Buxtehude en eenvoud

Buxtehude en eenvoud

De weldoeners der mensheid heten niet Napoleon, Bismarck of Pim Fortuyn, maar Bach of Buxtehude. Om maar niet te spreken over de ontelbare naamlozen die fatsoenlijk leefden en niet alleen aan hun rechten maar ook aan hun plichten dachten. Mijn ouders, bijvoorbeeld.

Ik noemde Buxtehude, omdat ik zo graag naar zijn muziek luister op een CD. Daar staan uitvoeringen op van zijn 'geistliche Kantaten', uitgevoerd door een gezelschap dat zich de naam 'Cantus Cöln' heeft gegeven. Ik lees een bijgevoegde inleiding en voel grote instemming met een uitspraak betreffende een koraal dat de tot God gerichte woorden bevat 'Befiehl dem Engel, dass er kommt'. De schrijver stelt 'dat is een heel ontroerend werk door zijn eenvoud'.

Bravo, denk ik wanneer dat lees. Zo is het precies. Eenvoud ontroert ons. Wat in eenvoud tot ons komt kan ons hart beroeren. Dat is de kracht van eenvoud. Eenvoud is voor het hart, terwijl overdaad aan vorm, evenzeer als overdaad aan betekenis, iets is voor de ratio. Niet te versmaden, dat niet, maar ons hart brengt ons directer bij waarheid dan ons verstand - het kan geen kwaad om dat te beseffen.

Denkend aan Buxtehude, denk ik natuurlijk ook aan Bach, die in de winter van 1705 (toen de Zonnekoning Lodewijk de Veertiende de geest gaf) zich te voet van Arnstadt begaf naar Lubeck, om daar Buxtehude - die toen bijna zeventig was - te ontmoeten. Vierhonderd kilometer. Bach verbleef twee à drie maanden in Lubeck. Om iets te leren.